| Etymologie |
| Herkomst
en betekenis van (straat-) namen in Milsbeek. |
|








|
Op
deze pagina staan, voor zover bekend, de namen van straten in
Milsbeek verklaard. Ook wordt bij verschillende straatnamen enige
uitleg gegeven over de (omgeving van de) straat zelf. BRON
Inleiding
Plaatsnaam:
Milsbeek
Straatnaam
(beginnend met):
A
B D
E G
H J
K L
O P
R S
T V
W Z
Maar
Etymologie werkt soms ook andersom! In Arnhem ligt de Milsbeekstraat
|
|
Naamsverandering
Bij
de herindeling van gemeenten in de top van Noord-Limburg (1973) moest men
ter voorkoming van misverstanden bij de postbezorging e.d. een aantal
straatnamen wijzigen. Zo werd het Genneps Bloemenstraatje veranderd in De
Gaest ten gunste van de Milsbeekse Bloemenstraat. De eeuwenoude Gennepse
Kerkstraat met zijn sedert 1945 incomplete kerk werd Torenstraat, omdat de
Milsbeekse Kerkstraat wel naar een compleet kerkgebouw voerde.
De
Houtstraat op de Zelderheide kreeg als nieuwe naam Waldstraat, omdat
Gennep een Houtstraat had met veel oudere rechten. De Sporenstraat
veranderde in Sporenweg om verwarring met de Gennepse Spoorstraat te
voorkomen. Enz., enz.
Namen
en percentages
In
de huidige gemeente Gennep is het altijd gewoonte geweest de straatnaam te
laten eindigen op -straat, -weg, -kamp, -berg, enz. (Zandstraat,
Kleefseweg, Biezenkamp, Steffenberg.) Van de ca. 350 namen hebben ongeveer
90 % zo'n achtervoegsel (ook: -steeg, -dijk, -baan, -pad, enz.). De
uitgang -straat komt
het meest voor (34 %), gevolgd door -weg (26
%). Op afstand volgen -berg
(4 %),
-kamp
(3 %) en -laan
(3 %). In totaal tellen we
18 verschillende slotdelen (ook: -veld,
-ven, -hof, -plein).
Ongeveer
10 % van de straatnamen heeft geen achtervoegsel en verwijst naar namen
die onder de bevolking ooit spontaan zijn ontstaan en in kadasters,
gerechtelijke documenten e.d. zijn terug te vinden. Vervolgens werden en
worden ze in onze tijd hergebruikt voor adresnamen (de Henakker, de
Haspel, de Groote Heeze, Panoven).
Inmiddels
heeft de straatnamencommissie duidelijk afscheid genomen van de traditie van namen eindigend op traditionele
achtervoegsels.
Namen als Tichel, Plateel
en Draaischijf
zijn door de raad geaccepteerd.
|
|
(1329:
Milsbeec; 1331: Milsbeke; 1452: Myddelsbeke; 1518: Mylsbeck: 1573: op dy
Mylsbeeck;1614: Milsbeck; 1650: Milse Bach; 1674: bauwerschafft Milssbeeck
1782: op de Milsbeck; 1836: Milsbeek)
Het
eerste schriftelijk signaal ten aanzien van Milsbeek dat wij kennen
dateert uit 1329, als Jan, heer van Gennep, een oorkonde zegelt, waarin
hij een hoeve akkerland “van
der Milsbeec-schen velde gheleghen” in
erfpacht geeft. (Een
'hoeve' is een oude oppervlaktemaat, nl. 16 Rijnlandse morgen = ca.13,5
ha).
De Mils-Beek
is het waterstroompje met
grauw-bruin (=mils) water,
afkomstig uit bet moerassig laagveengebied onder aan de heuvels van het
Reichswald. (nu de Kroonbeek)
De
waternaam gaat in het spraakgebruik geleidelijk aan over in een
plaatsnaam: men woonde op de (oevers van de) Milsbeek.
|
|

|
|
Achterbroek
(1731:
bruch)
Broek
= drassig, moerassig laagland, dat 's winters vaak onder water staat.
Dankt zijn naam aan de achteraf ligging in het lager gelegen gebied achter
de Ovenberg. Het werd in het laatste kwart van de 19de eeuw
ontgonnen, ontwaterd c.q. gecultiveerd.
Bloemenstraat
(1842:
Bloemenkamp, Bloemenweg)
In
de wegberm groeiden blijkbaar massaal bloemen (klaprozen, margrieten,
boterbloemen). Het is een oude straatweg uit de voor-Romeinse tijd. De
gevonden grafresten langs de hoge wegkant en de ontdekte waterputten in de
nabijheid wijzen op prehistorische bewoning.
Over
de Romeinse Maasbrug bij Cuijk/Middelaar (+ 375 nC) liep hier de verbinding
richting Kalkar / Xanten. Op een van de akkers aan de Bloemenstraat werd
omstreeks 1985 een z.g. jaspis bovengespit. Dit is een rode,
ondoorzichtige edelsteen die hoogstwaarschijnlijk als siersteen in een
ring of hanger was gevat. De ingegraveerde beeltenis is die van de
Romeinse godin Fortuna. De steen dateert uit de 1ste / 2de
eeuw nC en is hier uit de setting gevallen en toen niet meer
teruggevonden. De steen zou een bewijs kunnen zijn van Romeins verkeer
door de Bloemenstraat.
In
de Middeleeuwen liep de Bloemenstraat vlak langs de fortificaties van het
Genneperhuis, dat daardoor al het wegverkeer in de gaten kon houden.
Gedurende de 16de eeuw stond in deze straat een kapel,
toegewijd aan Onze Lieve Vrouw. Een pachtboek in het Ottersums
parochiearchief maakt er in 1583 melding van. In 1667 heet een boerderij
in de Bloemenstraat nog de Capellenhof. Tot 1845 was de Bloemenstraat de
doorgangsweg van Gennep naar Nijmegen en het Cuijkse veer. De aanleg van
grote grindweg Venlo-Gennep-Nijmegen v.v. bracht daar verandering in.
Boekweitpad
Dit
pad draagt de naam van de plant, die abusievelijk tot de granen gerekend
wordt maar eigenlijk een peulvrucht is. De driehoekige zaadjes lijken op
beukennootjes; ze worden gemalen en smaken nootachtig.
BOEK
= beuk; WEIT = tarwe. Hele korrels worden ook wel geroosterd.
Bulten,
de
(1666:
de bulten; 1879: De Bulten, Op de Bulten, Bultenskamp)
Weggetje
genoemd naar het heuvelachtig terrein ter plaatse, namelijk rivierduinen
van de Maas.
Dellen,
de
(1879:
De Dellen)
Del
is het dialectisch meervoud van dal, een komvormige laagte met kwalitatief
slechte grond en geen afwatering; dus ongeschikt voor akkerbouw. Omstreeks
1850 nog een gebied met heide en struikgewas.
Distelstraat
Straat
met de naam van een plant, vaak onkruid, soms decoratief in de tuin.
Draaischijf
De
straatnaam herinnert aan de eeuwenoude pottenbakkerskunst in Milsbeek. De
draaischijf is een ronddraaiend tableau (platte schotel), dat tegenwoordig
elektrisch aangedreven wordt. De pottenbakker legt er de klomp klei op die
hij tot een gebruiksvoorwerp (kan, bord) of sierstuk (vaas, schaal) vormen
wil.
Driekronenstraat
(1780:
"die steinen Brücke an der Dreij Croonen"; 1803: Drey Kroon)
Straat
genoemd naar de voormalige herbergboerderij met die naam nabij de
uitmonding van de Kroonbeek in de Niers. Omtrent de herkomst van de naam
tasten we in het duister. In 1731 woont in de nabijheid de Erben Peter
Krohn. Is er verband tussen de familienaam en het daar liggend kroonwerk
van het Genneperhuis? Waren er drie ongetrouwde broers, die bij de
stenenbrug een bierhuis begonnen? De naam kan ook samenhangen met de drie
punten van het kroonwerk, het bastion van de verdedigingswerken van het
Genneperhuis aan de oostzijde van de Niers. Tijdens de oorlogshandelingen
in 1944 / 45 is de boerderij verwoest en na de oorlog aan de overkant van
de rijksweg (oostzijde) opnieuw gebouwd.
Ebbekamp
(1658:
Herman Ebben camp; 1668: Ebbencamp, Herman; 1842: Ebbekamp)
KAMP
= een groot veld omgeven door een aarden wal met struiken, door heggen of
bomen. Deze omheining had tot doel grazend vee op afstand te houden. De
straat draagt de naam van de eigenaar: de familie Ebbe(n). (In 1731 hebben
de erven burgemeester Ebben hier grond.)
Gagelveld
Weg
genoemd naar de gagelstruik, een heesterachtige struik die op een
wilgenstruik lijkt. De gagel heeft bruine katjes die bloeien voordat de
blaadjes komen. Vanwege het aroma worden takjes, katjes en blaadjes wel
gebruik bij het kruiden van tripelbier. De gagel houdt van natte grond en
staat op grond waar veel sloten en kwelwater voorkomen. In de huishouding
werd gagel wel als goed tegen vlooien tussen het linnengoed gelegd.
Gildenstraat
De
vroegere Beatrixstraat van 1960 op de Milsbeek. De straatnaam werd na de
herindeling van 1973 veranderd in Gildenstraat, omdat in de woonkern
Gennep al een 'Prinsessenbuurt' was. De nieuwe naam herinnert aan het
Schuttersgilde St.-Lambertus, omdat de Gildenstraat richting het
schuttersveld loopt (zie: Schuttersplein).
Grensweg
Veldweg/fietspad
onderlangs het Reichswald en de Nederlands-Duitse grens, van de Zwarteweg
(N 843) tot aan de Zandsteeg ('t Ven).
Grietjeskamp
(1842:
Grietjeskamp)
Weg
door het stuk land van Grietje (Margaretha), waarschijnlijk een weduwe of
ongetrouwde grondeigenares.
|
|

|
|
Heiveld
(1842:
Heiveld)
De
straat ligt op de plek waar in 1842 nog een uitgestrekt heidegebied lag.
(De keuterboerderij die daar toen stond, brandde in 1857 af.)
Heiweg
(1731:
Die Hölle, huis, tuin en akkerland; der Höllische Pass, laagveen met
struikgewas. 1836: De Hel; de Hoelschhoevel; 1842: de Helle, de Helse
kaat)
Er
bestaan veel plaats- en streeknamen met 'Hel-'. Het gaat dan altijd om een
plek in het noorden van of buiten de woonkern. Meestal is het een laag
gelegen, zompige, naargeestige plek, die vroeger associaties opriep met de
hel, de duivel, de onderwereld. Er waren waterpoelen, waarvan de bodem met
een lange stok niet te peilen was: daardoor was er contact met de
onderwereld. In 1842 wordt dit gebied met de Helweg nog aangeduid als
moerassig met heide, gedeeltelijk in cultuur gebracht met wei- en
bouwland.
Hoefnagelsstraat,
Pastoor
Deze
straat heeft de naam van pastoor L.H. Hoefnagels (1895-1972), van 1930 tot
1945 pastoor van Milsbeek. Hij was bouwpastoor en eerste parochieherder
van de nieuw opgerichte parochie O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand
(1930).
Holleweg
Deze
weg ligt dieper dan de grond aan weerskanten, doordat hij door de
stortregen uitgespoeld en daarna door de mens uitgegraven en geëgaliseerd
is. De deels spontaan ontstane brede gleuf in de heuvel oogde op een
afstand 'hol'.
Hondsiepsebaan
(1806:
De Hondsiep, Grote Hondsip; 1836: Hondsiepse Beek; 1842: Hontsiepsebaan;
1848 Honsiepsche baan)
HOND
= honderd, SIEP = sijpelende bron. Hier is dus sprake van een weg die
langs / door een moerassig gebied voert, waar op veel plaatsen water uit
de grond opwelt.
Jansberg,
St.
(1821:
St.JansBerg; 1836: St. Jansberg)
Maakte
deel uit van het landgoed dat in de 18de eeuw toebehoorde aan
de Commanderie van St.-Jan te Nijmegen. Hieraan ontleent de heuvel
waarschijnlijk zijn naam. Komt in de 18de eeuw onder Pruisisch
beheer als Försterei Sankt Johannesberg. Bij de definitieve
grensscheiding tussen Pruisen en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
in 1817 - er zou ten oosten van de Maas een barrièregebied komen ter
breedte van de reikwijdte van een kanonschot - viel het landgoed
Nederland toe. In 1828 kocht de Maastrichtenaar Jhr. A. van Riemsdijk de
St.-Jansberg; hij gaf het landgoed als bruidsschat mee aan zijn dochter,
die huwde met Barthold, baron Van Verschuer. Het valt thans onder de
Vereniging Natuurmonumenten.
Kamilleweg
Bij
onze voorouders was kamille een vast onderdeel van de huisapotheek.
Kanonskamp
(1836:
Kanon Kamp)
Straat
genoemd naar een door aarden wal met struiken, een heg of door bomen
omheind akkerveld (= kamp). Op dit veld zouden de kanonnen gestaan hebben,
die het Genneperhuis vanuit het noorden beschoten tijdens de belegering
door Frederik Hendrik in 1641.
De
zwaarste 17de -eeuwse kanonnen ('48-ponders') hadden een
reikwijdte van ca. 2500 m (afstand kamp tot Genneperhuis is ong. 2200 m).
Het kanon vuurde massieve gietijzeren kogels af en kon 9 á 10 schoten per
uur lossen. De kanonnier werd per schot betaald. Na een uur schieten moest
de kanonsloop met in azijn gedrenkte huiden gedurende een uur afkoelen.
Kempkesstraat
Kempke
is het verkleinwoord van Kamp. (Vgl. in het dialect:
Lamp
> Lempke) Het is dus een straat die leidt naar of loopt over een klein
perceel akkerland.
Kerkstraat
De
straat die leidt naar de kerk van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand.
Na de bouw van de kerk met pastorie veranderde het zandpad, waaraan de
bakker, kapper, schoenmaker, caféhouder, en anderen bouwden, van 1931 tot
1937 in een heuse straat.
Kerstenberg
Weg
genoemd naar een vroegere familie Kersten, die het dichtbij liggend
heuvelachtig heideveld met kleine vennetjes (ziepen) in eigendom had.
Ketsestraat
Over
de oorsprong van deze naam doen verschillende verhalen de ronde. De naam
'Kets' zou kunnen herinneren aan de ontginning van de Achterbroek in de 19de
eeuw. Bij de grondwerkzaamheden kwamen grote keien te voorschijn, die daar
door de Maas na de laatste IJstijd waren gedeponeerd. Het op een hoop
gooien van de keien gaf een ketsend geluid, vandaar. Indien niet waar, dan
toch mooi verzonnen.
Een
andere verklaring duidt op KETS = hooiopper, terwijl een derde uitleg
verwijst naar een man die in de buurt woonde met de bijnaam 'de kets'.
Klaproosweg
Straat
heeft de naam van de opvallend rode veldbloem.
Knoot,
de
Straatnaam
herinnerend aan de geknotte eikenbomen die hier vroeger stonden.
Koenselberg
KOENS
= kleine sikkel. Vroeger was die plek bekend
om bruikbare hei voor het maken van bezems en borstels.
Koningsvennen
(1731:
das Herren Vehn; 1803 en 1836: Konings Veen.)
Weg
die door het vroegere veengebied met die naam loopt. Het was gebied
waarvan in de 18de eeuw de koning van Pruisen de eigenaar; de
heer was. Hem kwamen dus alle rechten toe. Bewoners uit Gennep, Milsbeek
en Ottersum konden er hun wintervoorraad aan brandstof halen (turf
steken). In het begin van de twintigste eeuw is het gebied ontgonnen. Een
herinneringssteen aan deze ontginning ligt in het talud van de Kroonbeek
bij de brug over de Koningsvennen (17 spt. 1935).
Kortebaan
Heeft
zijn naam te danken aan het feit dat bij slechts enkele tientallen
meters lang is en de rijksweg verbindt met de Oudebaan. BAAN = een weg
voor voetgangers en wagens/karren.
Kreupelpad
KREUPEL
betekent hier: armzalig, onbetekenend. Dus een niets voorstellend,
onooglijk pad. De naam vóór de gemeentelijke herindeling was Bosweg.
(Kroonbeek,
de) Toen
het ijs zich na de laatste IJstijd uit onze omgeving terug getrokken had,
stroomde de Rijn onder aan de stuwwal (het Reichswald) zeewaarts. Hij
vormde met Niers en Maas hier een deltagebied, waar de hoogste landtoppen
boven de watervlakte uitstaken. De eeuwen daarna werd het klimaat steeds
warmer, brak de Rijn boven Kleef door de stuwwal heen en verveende de
Rijnarm onder aan het Rijkswald. Maas en Niers werden smaller; er kwam
steeds meer land droog te liggen. De rivierarmen in de delta
verschrompelden tot beekjes. De Kroonbeek, Teelebeek, Aaldonksebeek,
Spiekerbeek en Schravelsebeek zijn er de laatste restanten van. Herkomst
van de naam Kroonbeek: zie Driekronenstraat.
|
|

|
|
Laagland
Straat
in een gebied met een lager oppervlak dan de omliggende gronden.
Langstraat
Qua
lengte inderdaad de langste straat van Milsbeek. Hij loopt van zuid naar
noord dwars door de woonkern, vanaf de Zwarteweg tot aan de Heiweg.
(Lijkweg)
(1672:
Lyckwegh)
Weg
waarover een eeuw geleden een lijkstoet vanuit de Milsbeek naar de
Ottersumse kerk liep. Het was de tijd dat de lijkkist nog gedragen of op
een boerenkar dan wel in een koets ter kerke gereden werd. Milsbeek had
toen nog geen eigen kerk (voor 1930).
Men
volgde een traditionele route via de Onderkant en de Kroef naar Ottersum-dorp.
De begrafenisdienst en ter aarde bestelling hadden immers in en vanuit de
Ottersumse parochiekerk plaats. De weg verdween in de dertiger jaren bij
de ruilverkaveling binnen de gemeente Ottersum. De eeuwenoude benaming 'lijkweg'
werd toen ook uit het stratenregister geschrapt.
Onderkant
Op
een kadasterkaart van 1731 staat deze weg al ingetekend. Aan de westkant
ervan zien we her en der huizen en in cultuur gebrachte grond, oostelijk
is het op de kaart een en al veen en hei. De westzijde heeft een hoge
bermkant, terwijl de oostkant vlak afloopt in moerassige, zompige grond.
Verder naar het oosten is het één grote vlakte tot aan het Reichswald
met het Koningsveen daarvoor.
De
oudst bekende naam voor deze weg was de GROCHTERSESTRAAT, of kortweg DE
STRAOT. Het was daar 'het einde van de bewoonde wereld'. Door dit gevoel
en de hoge berm aan de westkant ging men spreken van 'de Onderkant'. Met
16 huizen (waarvan 13 aan de westkant) is deze weg in 1731 met de
Bloemenstraat bij het Genneperhuis het dichtst bewoond.
Oudebaan
De
benaming 'oude baan' is in de volksmond ontstaan, toen na 1845 de nieuwe,
brede verkeersweg naar Nijmegen klaar kwam. De voornaamste verkeersweg tot
dan toe was de landweg vanaf de Drie Kronen langs de Zwarteweg naar de
Heiweg en dan over de St.-Jansberg via de Bisselt naar Nijmegen. Toen de
nieuwe rijksweg gereed was, verkoos men de gemakkelijke, harde grindweg
onderlangs de Plasmolense heuvels boven de oude weg, de oude baan.
Oudedijk
Verhoogde
(dijk)weg door het laag gelegen veengebied richting Koningsveen.
Plateel
Straat
die zijn naam te danken heeft aan de eeuwen oude pottenbakkersnijverheid
op de Milsbeek. Het plateel is een vlakke, rode of bruine schaal dan wel
schotel van aardewerk (vaak beschilderd).
Potkuilen
(1842:
Potkuil)
Oorspronkelijk
uitgegraven laagte voor de winning van potleem. De leembanken groef men in
de negentiende eeuw af voor de pottenbakkerij van Dirk en Hend Hoesen aan
de Rijksweg. In de twintigste eeuw haalde men de klei elders en werd het
terrein weer geëgaliseerd en in cultuur gebracht. De wegnaam herinnert
dus aan de plek van de leemwinning.
Pottenbakker
Naam
van een ambachtsman die uit potleem allerlei aardewerkproducten
vervaardigt. In Milsbeek is een 'pottenbakkerswijk' gecreëerd vanwege het
feit dat al vanaf de 18de eeuw hier zonder onderbreking
pottenbakkers actief zijn. Men vond er kleileem die voor de productie
geschikt was.
Rijksweg
Het
topje van Noord-Limburg kwam in 1814 bij Nederland. Eind 20-er jaren van
die negentiende eeuw ontstonden er in Den Haag plannen vanuit Gelderland
een snelle verbinding tot stand te brengen met de meest zuidelijke,
Hollandse vestingstad Maastricht. Politieke verwikkelingen leidden ertoe,
dat Limburg van 1830-1839 onder het koninkrijk België viel en de plannen
dus in de bureaula kwamen.
Direct
na de terugkeer van ons deel van Limburg bij Nederland kwam het wegenplan
weer op tafel en begon men met het aanbesteden van de “Rijksweg der
eerste klasse” tussen Nijmegen en Maastricht. Uit oogpunt van
kostenbesparing vermeed men zo veel mogelijk bochten in het traject en
werden kunstwerken zoals de bestaande (houten) brug over de Niers in
Gennep in de geplande weg opgenomen. Waar mogelijk (en voordeliger!)
maakten de ingenieurs gebruik van reeds bestaande kar- en landwegen. De
aansluiting van de Bloemenstraat op de nieuwe weg werd bijvoorbeeld
verlegd. De bestaande weg richting Heiweg (later de Oudebaan genoemd) viel
buiten het rechte tracé. De karweg onderlangs de Plasmolense heuvels
kreeg de voorkeur voor de nieuwe 'grote weg'. In Milsbeek ontstaat nu
nieuwe bebouwing langs de 'Grooteweg' tussen de van oudsher twee kernen:
Onderkant en Bloemenstraat. De door het Rijk gefinancierde weg krijgt dan
als offlciële naam: RIJKSWEG.
Ringeloor
Deze
straat draagt de naam voor een stuk gereedschap van een pottenbakker (15de
tot 18de eeuw). Het is een van klei gebakken tuitje met in de
punt een holle rietstengel, waardoor vloeibare klei (een kleipapje) op de
schaal of kan wordt aangebracht. Vaak was de ringeloor ook gemaakt van een
koehoorn met in de afgezaagde punt een rietstengel of (holle) ganzenveer.
Met de ringeloor kon je 'ringeloren'. Dit is een versieringstechniek op
roodbakkende klei. De kunst was het aanbrengen van eenvoudige
lijnversieringen door de ringeloor boven of op het voorwerp te plaatsen en
de draaischijf daarna langzaam in beweging te brengen. Zo kon je
golflijnen, stippen en spiralen maken. Het vereiste uiteraard een
geoefende hand!
Rogbloempad
In
1970 besloot de gemeenteraad van Ottersum het pad deze ietwat merkwaardige
naam mee te geven. ROGBLOEM zal hier staan voor: roggebloem, wat weer
leidt tot twee verklaringen. Ofwel het pad heet naar de korenbloem (in
de volksmond: roggebloem), dan wel naar roggemeel om pap van te maken.
Omwille van het feit dat de roggebloem als plant in de omgeving van het
pad veelvuldig voorkwam, zal de verwijzing naar roggemeel hier niet
bedoeld zijn.
Rozenbroek
(1612:
int Roesbroeck; 1731: Rosenbruch; 1803: Rosenbroek)
De
weg naar het gemene veen (= gebied dat gemeenschappelijk bezit was). Deze
landweg liep destijds door een komvormig terrein zonder natuurlijke
afwatering (BROEK) en was bedekt met wilde ofwel hondsrozen.
|
|

|
|
Schietberg
(1842:
Schietberg)
De
naam wordt evenals Kanonskamp in verband gebracht met de belegering van
het Genneperhuis door Frederik Hendrik in 1641. Op deze verhoging in het
terrein zouden kanonnen gestaan hebben, die op de belegerde vesting aan de
Maas schoten. De Maasvesting kon van hieruit alleen met de zwaarste
kanonnen bestookt worden (massieve ijzeren ronde kogels, gewicht 48
Amsterdamse ponden). De kracht van het afvuren was op die afstand (2200 m)
voorbij; de kogel richtte alleen nog schade aan door de valsnelheid en het
gewicht. Of betrof het hier een opslagplaats voor reservekanonnen?
Schoolstraat
Naamgeving
in 1956 bij de reconstructie van de wegen in het centrum van Milsbeek. De
school kwam in 1931 gereed en lag toen aan de zandweg, die de straatnaam
SCHOOLSTRAAT kreeg.
Schopschijf
De
straat heet naar de grote, zware metalen of stenen schijf die onder aan de
as (de draaispil) van het pottenbakkerswerktuig zit. Deze zware, platte
schijf (een soort liggend vliegwiel) wordt met de voet in beweging
gebracht en gehouden. Door zijn zwaarte ontstaat er een min of meer gelijkmatige,
draaiende beweging van de as. Aan het boveneinde van die as zit de
'werktafel' van de pottenbakker gemonteerd (de draaischijf). Deze legt
daar de klomp klei op, die hij gaat vormen tot schaal, kan of vaas.
Schuttersplein
Het
kermisterrein van Milsbeek, dat vroeger in de volksmond het Schuttersveld
heette. De plaats waar ooit de schutterij de vogel schoot.
Smelenberg
(1836:
Smelieberg; 1842: Smelie kamp)
De
weg liep vroeger door een met droog gras (SMELEN) begroeid heuvelachtig
heideterrein.
Smelenhof
(1824:
Smeliehof)
De
naam herinnert hoogstwaarschijnlijk aan een gelijknamige boerderij, die
bij een heidevlakte lag, overvloedig begroeid met het droge gras dat in
het dialect smele genoemd wordt.
Hier
stond ook een dicht bos waar mensen uit de buurt hout sprokkelden.
Smelenweg
Weg
door een gebied met lang, droog gras (smele) op heideachtig terrein, bijv.
het pijpenstrootje.
Sprokkelveld
(1842:
Sprok(k)elsche veld)
Deze
'veld'-naam verwijst naar oorspronkelijk onontgonnen heidegebied met laag
houtgewas (zogenaamd "woeste
grond" of “onland”). In de volksmond heette dit gebied aan
het begin van de 20ste eeuw dan ook De Milsbeekse Hei. De
weinige huisgezinnen die er toen woonden, voelden zich geïsoleerd en
zeiden in de 30-er jaren van de vorige eeuw bijvoorbeeld: "We gaan
vanmiddag op de Milsbeek boodschappen doen."
Omwonenden
sprokkelden er in het bos bij de Smelenhof en omgeving hout voor het
stoken van het open vuur. Zo kwam men op de naam SPROKKELVELD.
Rond 1850 stond hier de pottenbakkerij van Hendrik Hoesen.
Sprokkelveldweg
Een
weg in het heideland met struikgewas en bosschages waar vroeger hout
gesprokkeld werd.
Steenweg
(1731;
Steinacker; 1842: Steenakker, Steenveld)
Oorspronkelijk
heette deze weg volgens het besluit van de Ottersumse gemeenteraad in
1956 de “Doodweg” of “De Dood”, een naam die al in 1803 hier
genoemd wordt (ca. 1798: Doods Veld). Eind 70-er jaren van de twintigste
eeuw verzochten de aanwonenden om wijziging van de naam. Zij stelden
zelf voor: STEENWEG, omdat de weg op de Bloemenstraat ter hoogte van de
steenfabriek uitkwam. Tevens voerden zij als argument aan dat een
aangrenzende locatie de kadaster naam Steenakker droeg. Aldus ging de
Gennepse gemeenteraad in 1979 akkoord met de straatnaamwijziging.
(Stenen
brug)
(1649:
Steenenbruch; 1 780: die steinen Brücke)
Voordat
je vanuit Gennep de Bloemenstraat inliep, stak je de Kroonbeek over. Dat
deed je via een brug die - zeldzaam voor die tijd en plek - met stenen
opgemetseld was. Deze moest zo min mogelijk onderhoudsgevoelig zijn en ook
vrachtkarren kunnen dragen. (Misschien is de oorspronkelijk houten brug
tijdens de bouw van de fortificaties van het Genneperhuis (1624-1635) voor
het vervoer van zware kanonnen door een stenen vervangen.)
(Teelebeek,
de)
Ontstaan,
zie:
Kroonbeek.
Herkomst naam, zie: Teelebeekstraat.
Teelebeekstraat
Straat
in 1956 genoemd naar een van de beken op Milsbeeks grondgebied, nl. de
Teelebeek. De straat heeft er geen enkel contact mee. De Teelebeek of
Tielebeek stroomde door het Koningsveen en werd in 1933-1935 tijdens de
ontginningswerkzaamheden uitgediept en verbeterd. Misschien genoemd naar
het adellijk geslacht Till door wiens eigendommen de beek liep.
Theunissenhof,
Wethouder
Plein
omringd door huizen, genoemd naar de Milsbeekse wethouder Lambert A.J.
Theunissen (1972-1984).
Tichel
Straat
in de 'pottenbakkerswijk' genoemd naar de uit klei gebakken steen voor
metselwerk. Ook een vierkante gebakken, vlakke vloersteen die vroeger veel
gebruikt werd als vloer in gangen, vestibules en keukens. Tichelen = klei
uitgraven om er tichels van te bakken.
Vagevuurweg
(1836:
Het Vagevuur)
Waar
de hel is, moet volgens de katholieke traditie ook het vagevuur in beeld
komen. Eind achttiende of begin negentiende eeuw moet de naam in gebruik
gekomen zijn. Het kadaster van 1731 en andere documenten noemen deze markante
naam, in tegenstelling tot De Hel, niet. Op de kaart ligt daar dan
naamloos een gebied met bouw- en weiland.
Vang,
de
Een
houten klemband om het vangwiel in de molen, waarmee de molenaar de vaart
van de wieken kan afremmen.
Venkelstraat
Deze
straat kreeg in 1974 na de gemeentelijke herindeling een nieuwe naam. De
toenmalige Bremstraat werd gewijzigd in Venkelstraat, omdat in Heijen al
De Brem bestond.
Verloren
Land
Verloren
= nutteloos; alle moeite en geld is voor niets geweest. Hier: land dat na
de ontginning niet aan de verwachtingen heeft beantwoord.
VIiegop
(1836:
Vliegop)
Plaats
waar het stuifzand (vliegzand) op een hoogte bijeen is gewaaid. Vgl.
stuifduinen.
Vuurtest
Een
potje van aardewerk om er gloeiende kooltjes of houtskool in te leggen
heet een vuurtest. De dikwijls gebrekkige verwarming van huizen en
openbare gebouwen (bijv. kerken) dwong mensen in vroegere jaren er toe
houten of aardewerken voetstoven te gebruiken. Zo'n stoof was een houten
kistje met aan de bovenkant gaatjes. Het aardewerken kommetje met
gloeiende kooltjes, de vuurtest, werd er in geschoven. De warme lucht kwam
door de luchtgaatjes omhoog en verwarmde de voeten.
Wankum,
de
(1579:
een stuck lants den Wankum genaemt; 1658: op de Wankum; 1798:
Wankom; 1842: Wankom, Wankum)
Deze
benaming is al zeer oud. De tweede lettergreep zou kunnen verwijzen naar
HElM, terwijl het eerste deel het oud-frankische WANG als grondwoord kan
hebben. WANG betekent daar: glooiend veld, flauwe helling. We kunnen hier
Wankum dus interpreteren als: verblijfplaats op een glooiend terrein,
licht hellende akkers/weien. Een relatie met het Neder-Rijnse Wankum (gem.
Wachtendonk) is niet aan te tonen.
Weegbreepad
De
weegbree is een bekende vaste plant met een wortelrozet, vaak langs paden
en wegen.
Zandberg
Straat
genoemd naar een zandheuvel, die in de Nederlandse optiek al snel een berg
wordt.
Zandheide
Genoemd
naar de aldaar vroeger aanwezige zandvlakte, bedekt met heipollen en
bremstruiken.
Zwarteweg
(1731:
Der Schwarte Weg; 1783: aen den swarten wech; 1803:
Schwarte Weg; 1836: de Zwarte weg; 1842: Aan den kleinen zwarten weg)
Heeft
zijn naam te danken aan de donkere veengrond, waarmee de weg opgehoogd
en geëgaliseerd werd. De weg liep namelijk gedeeltelijk door het
moerassig gebied aan de voet van het Reichswald. Was de belangrijke
verbindingsweg van Milsbeek naar Groesbeek via de Holleweg.
|
|

|
|
Milsbeekstraat
!
Dankzij
een bezoeker van onze website, kregen wij de tip, dat in Arnhem een straat
naar ons dorp genoemd is. Hiervoor onze dank. Jawel,
de Milsbeekstraat bestaat! Deze straat
ligt in de Arnhemse wijk De Laar West met allemaal andere straten vernoemd
naar plaatsen uit Limburg
en Nederland.
.gif)
|
|

|
|