Herdenkingstoespraken
Op deze pagina staan teksten van gastsprekers bij de jubileumvieringen.

In het kader van het 75-jarig bestaansjubileum van Milsbeek, is er voor de kerkdiensten gezorgd voor een speciale invulling van de begeleiding. Een aantal gastsprekers zal herdenkingstoespraken houden tijdens de missen. Daarnaast zullen verschillende koren en verenigingen uit de regio zullen hun opwachting maken bij diensten in de Milsbeekse kerk. Een overzicht hiervan kunt u HIER vinden

Op deze pagina vindt u de herdenkingstoespraken van (een aantal van) de gastsprekers. Uiteraard verschijnen ze pas op deze website als de betreffende missen geweest zijn. De volgende toespraken zijn momenteel beschikbaar:

 

Burgemeester De Loo: “Opkomen voor jezelf”

 

Oud-burgemeester Berger: Kerk en Samenleving

 

Ton Huizinga bij Kerkenpad 2005: Het Gilde

 

Kerkenpad 2005

 

Adriaan Theodoor de Winter: Herinneringen aan

 

Adriaan Theodoor de Winter: Ereveld Milsbeek

 

Foto's van de jubileumactiviteiten vindt u op de speciale fotopagina

Opkomen voor jezelf    

TOESPRAAK I.H.K.V. JUBILEUM PAROCHIE MILSBEEK.

Mw mr. E.M.A.A. de Loo, 20 november 2005

Beste parochianen, inwoners van Milsbeek, welkom ook koorleden, inwoners uit Mook, fijn dat u er bent.

 

U viert dit jaar het 75 jarig bestaan van uw parochie.

Ik ben als uw burgemeester uitgenodigd om vandaag op deze gewijde plaats mijn bijdrage te leveren aan de viering van dit bijzondere jubileum.

 

Om mij voor te bereiden op deze toespraak heb ik mij o.a. verdiept in de geschiedenis van deze parochie. Elke week wordt er in de Maas en Nierbode een nieuw stukje over de historie van Milsbeek gepubliceerd. En ook op de prachtige website van Milsbeek valt veel over dit mooie dorp en de afgelopen 75 jaar te lezen.

 

Het beeld dat dit alles bij mij oproept, is er een van “Opkomen voor jezelf; strijden voor het goede”. Het oprichten van een eigen parochie met kerk was 75 jaar geleden niet gemakkelijk. Strijd moest er gevoerd worden om los te komen van de oude parochie Ottersum: eigenlijk was het enkel een ordinaire geldkwestie, het klinkt nu een beetje genant maar zo ging dat toen.

Toch hebt u het voor elkaar gekregen en dat in een tijd van economische malaise. Een mijlpaal voor Milsbeek. Dankbaar kijken we daar samen op terug.

 

Echter kan ik ook wel begrip op brengen voor de Ottersumse parochie die haar nieuwbouwplannen gedwarsboomd zag door de ambities van Milsbeek.

In 1931 is daar de nieuwe kerk gebouwd. Volgend jaar gedenken ze in Ottersum het 75 jarig bestaan van hún kerkgebouw.

 

Maar met het oprichten van een nieuwe parochie met een eigen kerk was de strijd nog niet gestreden. Zoals dat gaat in een bloeiende gemeenschap als Milsbeek, gaat het niet allemaal constant van een leien dakje. Een parochie en kerk oprichten is een, maar deze levensvatbaar houden vraagt permanent het nodige van de gemeenschap. In de geschiedschrijving van het dorp komt het wel en wee uitgebreid aan bod.

In de parochie zijn er pastoors gekomen en gegaan. Zelfs is het in die 75 jaar wel eens moeilijk is geweest om aan een pastoor te komen.

 

Ook nu voert u strijd: strijd om het behoud van het kerkgebouw en dat lukt u zeer goed als ik zie hoe dit gebouw er van binnen en buiten uitziet.

 

U voert ook strijd om uw parochiegemeenschap levend te houden. Nu u uw pastoor met twee andere parochies moet delen, komt er veel werk op de vele vrijwilligers neer. Ik merk dat dit de Milsbekenaren goed afgaat. Ik constateer dat uw kerkgebouw centraal in het dorp staat. En de Kerk met een hoofdletter staat in Milsbeek óók centraal in de gemeenschap. De kerk gaat u aan het hart!” Ik kan me dan ook niet anders voorstellen dan dat u hiervoor blijft strijden.

 

Wij vieren vandaag in onze kerk het feest van Christus Koning. Dat koninkrijk, heeft iets van een droom. Het is de  hoop van ons, christenen.

Ik herken in veel van wat er in Milsbeek er 75 jaar geleden is gebeurd, het realiseren van deze droom. En u gaat verder met het levend houden van deze parochiegemeenschap.

 

Bij de installatie van uw pastoor, ongeveer een jaar geleden, stond er op de kaft van het misboekje: De kerk dat zijn wij samen. U geeft er hier in Milsbeek er nog steeds opnieuw blijk van u zich daar bewust van te zijn. De toekomst van deze parochie, van deze gemeenschap, ligt in belangrijke mate in uw eigen handen.

 

Handen, zo leert de geschiedenis van Milsbeek, zijn er altijd vele geweest. En gelet op het enthousiasme van velen voor parochie en gemeenschap ziet de toekomst er daarom eigenlijk goed uit. Er is dus alle reden tot feestvieren, hier in Milsbeek.

Na het feesten komt weer het leven van alledag. De parochiegemeenschap van Milsbeek gaat gezond en levend verder. Door uw inzet en betrokkenheid gaat dat lukken.

 

Ik wens u daarbij van harte Gods Zegen toe.

   

Kerk en Samenleving    

Herdenkingstoespraak  oud-burgemeester Berger, 15 - 10 - 2005.

 

Een Terugblik

 

In het kader van de opgang naar de plechtige herdenking op 11 december a.s. van het 75 jarig bestaan van deze parochie is mij gevraagd om alhier enkele  woorden  te spreken . Ik zal dit niet doen in de vorm van een preek . Immers in dit land bestaat een strikte scheiding van kerk en staat. Het zou  mij als oud burgemeester absoluut niet passen in de kerk  te verkondigen of vermanende woorden  te spreken. Wél wil ik kort iets zeggen en samen met u overwegen .

Over het 75 jarige jubileum van de parochie en deze kerk is al vele maanden gesproken. Een feestcomité en vele vrijwilligers zijn al lange tijd aktief  om het feest tot een groot succes te maken . Op internet staat een schitterende website , waarop op een voortreffelijke wijze de geschiedenis en al de wederwaardigheden van “de Milsbeek “ zijn beschreven : De sterke drang om een eigen gemeenschap te vormen , los van het Ottersumse en Gennepse heeft veel bijgedragen aan de  hechtheid , het saamhorigheidsgevoel , dat Milsbeek zo siert. Naast de opkomst van het eerste verenigingsleven , - fanfare , voetbalclubs, - is daarbij terecht aandacht gegeven aan het werk van pastoor Hoefnagels, die in 1930 de drijvende kracht was bij  de bouw van deze kerk. En als de kerk er eenmaal is , dan komt  kort

daarop de bouw van de lagere  school en het parochiehuis. Geleidelijk aan groeperen zich vervolgens de huizen en ontstaat het eerste kleine centrum . Vooral na de oorlog komt het dorp sterk in ontwikkeling Het aantal verenigingen neemt dan een enorme vlucht: de boerenorganisaties , de vrouwenbond, de heropleving  van het schuttersgilde St. Lambertus, dat in Ottersum  slapend was, maar in Milsbeek springlevend is geworden , de schietvereniging De Milsbeek , de Carnavalsvereniging De Diepenkikkers , de toneelvereniging O.N.A., de Ruiterclub en de Tennisclub ,  en dat alles rond het nieuw gebouwde gemeenschapshuis en het nieuwe sportveldencomplex aan de Zwarteweg. Kortom: Milsbeek groeide en bloeide  maar wél in hechte verbondenheid.

Als grote namen vanuit het Kerkelijke , denken wij hierbij aan pastoor van de Loo, die zich als  gangmaker en stimulator bemoeide met héél de gemeenschap , de voetbalclub niet uitgezonderd , een spin in het web die iedereen kende en uiterst betrokken was bij het wel en wee van zijn mensen, ook pastoor van Dijk en aalmoezenier Linssen , die beiden eveneens zich volledig voor iedereen hebben ingezet. Tot slot de pastores Pacquay en Schols , die de parochie in het huidig samenwerkingsverband nog bedienen.

 

De Kerkgemeenschap : saamhorigheid,warmte en bezieling.

 

Nu , in 2005, zijn we in een stadium , dat Milsbeek volwassen is. We hebben feest en houden hier een schitterende viering , opgeluisterd door een prachtig koor met een schitterende begeleiding !

Bij dit  75 jarig bestaan rijst nú de vraag : wat in de toekomst  de rol zal zijn van de Kerk, die zelf nu zo in verandering is. Blijft de kerk nog als van ouds de instelling , die ons mensen , individueel en als gemeenschap , op de been houdt en kracht geeft om positief verder te gaan , of is de Kerk, die geleidelijk aan steeds minder mensen trekt, haar functie binnen de samenleving  aan het verliezen?    

Omgekeerd gezegd : kan de samenleving , zoals die nu gegroeid is , even goed funktionneren, als over een reeks van  jaren wellicht de gemeenschap  zonder een kerk zou zijn? Onze samenleving kan alleen in stand blijven als er sprake is van bezieling , van warmte en medemenselijkheid , als er een  stimulans is ons te laten denken en voelen in termen van hoop en liefde. Als er een plaats is voor het delen  van onze diepste gevoelens zowel in tijden van rouw , als geboorte en huwelijk en daarvoor een  liefdevol kader wordt gegeven. Voor velen ook : een kader voor de beantwoording van de meest wezenlijke vraag waar ieder mens voortdurend mee bezig is : “wie ben ik ? waar kom ik vandaan , waar ga ik naar toe ; wat is de zin van mijn bestaan?” Een mogelijk kader, zoekend , tastend  en bezinnend voor ons geestelijk leven .

Kortom :  een gemeenschap, ook die van Milsbeek , kan niet zonder een zorgvuldige aandacht

voor dit soort vragen : de gemeenschap zou zijn binding verliezen en ook met de saamhorigheid zou het snel zijn gedaan. Het behartigen van deze zaken is het aandachtsveld van de kerk .

De kerk is ook de gids voor ons geweten : een aangever van wat goed is en kwaad. Zij zal  ook degene  zijn , die ons wakker schudt uit de sleur van alle dag , ons laat treden uit onze eigen kleine wereld , de ogen opent voor de sociale omstandigheden om ons heen . Die een beroep doet op solidariteit met hen , die het minder hebben dan wij . De  zwakkeren , de zieken , de behoeftigen , de stille armen ook , die er in onze tijd toch meer zijn dan gedacht.

Een kerk , die oproept  tot verdraagzaamheid , tolerantie , tot accepteren dat mensen anders zijn dan wij , of zaken anders ervaren . Zij geeft aan hen te ontvangen en te benaderen met liefde , naar hen te luisteren  met open oor en dan sámen te komen tot inzicht , in plaats van te handelen met oppervlakkig en intolerant geweld. Een dergelijk instituut , gebaseerd op ervaringen en tradities  van twéé-duizend jaar Christendom  is en blijft onmisbaar . Ook in de toekomst zal dat niet anders zijn.

 

De Toekomst

 

Onze samenleving verandert . Het algemene groepsgedrag verbleekt. De maatschappij individualiseert. Iedereen heeft een kritisch oordeel en  gaat  zijn eigen weg. Het kerkbezoek op zondag is al jaren niet meer zo strikt , zeker niet bij jonge mensen. Geleidelijk aan is het zich gaan beperken tot die dagen , waarop écht iets te vieren valt. En ook dán is het nog maar beperkt.

Dagelijks bidden , met de mond en gevouwen handen , komt weinig  meer voor. Een verstandelijke benadering van  zaken en de beleving van een individuele mystiek heeft voorrang gekregen boven de door de Kerk  aanbevolen  standaard gebeden . Velen spreken die  niet meer zo aan. We zijn wél religieus , maar anders. Wél blijven we staan achter de Christelijke normen en waarden , waarvan we duidelijk het belang inzien . We zijn ermee vergroeid  en we hebben geen argumenten gevonden ze te vervangen. Zij zijn een onderdeel van onze westerse cultuur. Al loopt dan het kerkbezoek terug , dan nóg kunnen we terugvallen op de bemoedigende woorden van Christus :

“............ : wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen  - het moge zijn wat het wil – zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de Hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam , ben ik in hun midden.”  (Matteüs 18, 19-21 )

 

Ik wens de parochie van Milsbeek en allen , die erbij betrokken zijn , veel geluk .

 

 `Kerkenpad 2005` 

Parochie Milsbeek.

 

Het Gilde. Ons Gilde.

 

trom, trom, trom, de trom………Zo zou het kunnen gebeuren op een mooie zomerse dag b.v. in Juni.

trom, trom, trom, de trom……..Daar komt het Gilde.

Het schild voorop gedragen, vaak door een van de jongste. Het is zwaar, dat schild, maar dat laat de dappere drager niet merken.

Stoer gaat de kapitein en roept zijn opdrachten naar het gaande Gilde. Het Gilde marcheert niet, maar het Gilde gaat. Op de maat gedragen door de Gildentrommen.

Kijk de vendelier ziet bekenden langs de weg. Hij geeft een verstolen knipoog. In het oog springt het Keizerspaar. Al jaren in de rol, die hen zo goed ligt en die zij, op een zo  waardige wijze, vertolken. Nog wat onwennig, de nieuwe Koning met zijn Koningin. Of de eerste vrouwelijke Koning.  Zojuist had hij/zij de triomf van zijn/haar leven. De laatste restanten van de vogel vielen onder zijn/haar begenadigd schot. Prachtig in kledij vergezellen de “marketentsters” het Konings en Keizerspaar. Fier lopen de ouderen met hun hellebaarden. Het vaandel van het Gilde wordt trots meegedragen in deze stoet.

Het Gilde toont zijn nieuwe koning. Het Gilde gaat rond in Milsbeek.

 

Zo’n kleurig langstrekkend Gilde lijkt dan op wat folklore, iets van vroeger. Wel leuk, maar niet direct  noodzakelijk. Toch is er meer. Op de eerste plaats kan niet ieder dorp zeggen wij hebben een Gilde.

Milsbeek kan dat wel. In Milsbeek is zelfs een Gilde en een schutterij.

 

Een Gilde stoelt op een eeuwenoude traditie, zo stelt wijlen Pastoor T.H. Driessen.

De traditie gaat terug tot de 15e en 16e eeuw. In die jaren was er bij de in opkomst zijnde steden een behoefte om over een gewapende burgerwacht te kunnen beschikken, bedoeld om de burgerij te beschermen. In eerste instantie werden deze gevormd uit de ambachtsgilden als een voorloper op de latere schuttersgilden.  Er wordt zelfs vermeld, dat zo´n gewapende macht geregeld werd bij wet in 1827. Deze wet werd in 1901 weer opgeheven. Ook wordt er geschreven dat de schuttersverenigingen, ook wel Gilden genoemd hun oorsprong hadden in zeer oude tijden.

De Gilden waren nu zelfs een noodzaak om huis, kerk en landerijen te beschermen tegen inbreuk van buitenaf. Iedere gezonde man werd geacht hieraan deel te nemen. Met het groeien van de woonkernen tot woonsteden kregen de Gilden veel invloed. Ook steeds meer grond kwam in hun bezit, die gedeeltelijk werd verpacht of aan de armen uitgeleend om vee te laten grazen. Met de pachtgelden werden onkosten van de Gilden betaald. In de Bataafse republiek werden de regenten bang van deze macht en verboden de schuttersverenigingen en ook de Gilden. Pas in 1814 werd door de koning toegestaan, dat voor het plezier van de Schutters, eenmaal per jaar geschoten mocht worden op houten vogels of op schijven. De achterliggende opzet was om zo het schutterswezen in de vergetelheid te doen geraken. Het tegendeel werd bereikt.

  

Hiermee werd, tegen de bedoeling in, de grondsteen gelegd voor het wederkeren van de schuttersverenigingen. In die tijd werden onze streken onveilig gemaakt door rondtrekkende rovers benden en huurlingenlegers, die hun achterstallige soldij binnenhaalden door de bevolking te plunderen. Het Schuttersgilde verplichte zich om Goed, Kerk en Huis te beschermen. De tijden zijn veranderd maar de Schuttersgilden zijn gebleven. De schietwedstrijden zijn de enige tastbare herinnering aan het militaire verleden.

 

Dan is het schieten om te verdedigen verdwenen en het beschermen van de kerk, niet meer direct nodig. Toch is de band met de kerk en het Gilde nog duidelijk aanwezig. De Gildenpriester hoort onlosmakelijk bij het Gilde. Hij gaat voor in vieringen en gebed. Hij zit mee aan, aan tafel en is aanwezig op de Teeravonden. Het Gilde verstrekt hem de eer, te worden overvendeld . Kortom, hij hoort er bij. In de kerk wordt assistentie verleend aan de ordedienst. Het brengen en wijzen van bezoekers naar hun plaatsen. Een kleurrijke dienst, die het `vieren` onderstreept. Het Gilde begeleidt leden naar hun laatste rustplaats en is aanwezig, op verzoek van de parochie bij feestelijkheden.

Bij eren van de strijders voor onze vrijheid, is het Gilde ook prominent aanwezig.

 

In het dorp zijn de verenigingen, redenen om mensen elkaar te laten ontmoeten, met elkaar in sportieve strijd te treden. Met elkaar iets te presteren en dat voor het voetlicht te brengen. Bij sportverenigingen is het duidelijk waar het om gaat. Bij een toneelvereniging is dat ook niet zo moeilijk om vast te stellen.

Maar waarom gaat het dan bij een Gilde….. Ten dele is daar ook het meten van elkaars krachten aan de hand. De schietconcoursen, vendel en trommelwedstrijden, de Gildendagen en natuurlijk het koningsschieten. Maar er mag meer zijn. Klaar staan als broeders en zusters voor de gemeenschap. De taken in de kerk en de taken bij de herdenkingen zijn de inhoudelijke taken van ons Gilde,  het  St. Lambertus Gilde.

Het lid zijn, van ons Gilde, mag meer zijn. Het is ook Gilden-broeder en -zuster zijn. Ieder zal daar op zijn of haar manier blijk van geven.

 

Wat is dan het nut van een Gilde…… Is het eigenlijk belangrijk om zoveel zaken op te sommen om te bewijzen dat een Gilde nut heeft….Misschien wel maar het belangrijkste is dat er , met een Gilde een hele specifieke ontmoetingsplaats voor mensen bestaat. Verbonden in een traditie met het verleden. Staan en gaan in het heden en samen meedenkend over de toekomst.

trom, trom, trom, de trom…….

trom, trom, trom, de trom…….

Het Gilde gaat.

Zo gaat het Gilde.

 

Op verzoek van de Parochie

en het St. Lambertus Gilde.

6 November 2005

 

Ton Huizinga.

Kerkenpad – nov. 2005  

 

Hoe een parochie na 75 jaar kerk in soberheid bewaard heeft gehouden.

Want een kerkgebouw in soberheid gebouwd, straalt ook kunst uit.

 

Toen 75 jaar geleden in 1931 de architect Jean Coumans uit Nijmegen de opdracht kreeg een kerk te tekenen, was dit wel de eerste kerk op zijn tekentafel die hij ontwierp.

Het zou een sober kerkgebouw worden.

Er werden alleen gemetselde gewelven aangebracht op de plaatsen die liturgisch het belangrijkste zijn: het priesterkoor, de zij-altaren, de doop- en Mariakapel en het dwarsschip.

Alle zij-muren en ook de preekstoel zijn opgetrokken uit schoon metselwerk.

Alleen al het rustig bekijken en bestuderen van het speelse-en strakke lijnenspel is al een vorm van kerkelijke kunst. (maar onze kijk er op kan verschillen)

Het roept op tot stilte en inspiratie.

Het leidt niet af van alles wat op dat moment aan je ogen voorbij gaat.

Maar de architect met bouwpastoor Lodovicus Hoefnagels en het kerkbestuur wisten dit gebouw, ook in te richten en aan te kleden.

En de parochianen hebben zelf de bouwstenen gekocht, om hun kerk van toen te kunnen bouwen.

Ze kochten al kunst voor hun eigen kerk.

Als we over Kerkelijke Religieuze kunst spreken in deze sobere parochiekerk kan onze zittende wandeling door de ruimte, toch interessant worden:

 

Aan de buitenkant links voor de ingang is een prachtig beeld uit beton gehouwen, voorstellende de Titel-heilige van deze kerk en de parochie;

O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand.

Het beeld is gemaakt door de kunstenaar Jac. Maris uit Heumen en in mei 1938 als een blijvend aandenken opgedragen aan deze patrones en de parochie.

 

In de Mariakapel bevindt zich in één houten drieluik haar Icoon, geschilderd door de bekende Iconen-schilder Jan van Raay uit Baarlo.

Deze Icoon is van 1987.

Haar eerste Icoon is bij een inbraak meegenomen.

Toen de Bisschop Mgr. Schrijnen van Roermond in 1930 aan de, toen nog Kapelaan Lodovicus Hoefnagels vroeg:  Wat zal de naam van uw nieuwe kerk en parochie worden, zei hij volmondig: O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand, want ik zal de bijstand van boven hard nodig hebben, en zo geschiedde.

 

In de Doopkapel, die nu weer gebruikt wordt om te dopen staat de Doopvont weer in volle glorie.

Menige parochiaan weet zich dit nog goed te herinneren, vooral hoe het in de winter erbarmelijk koud kon zijn.

In de kapel staan drie houten beelden voorstellend: Gerardus Majella (dat doet ons denken aan de bedevaartplaats Wittem),

Johannes de Evangelist en een Mariabeeld.

De beelden zijn gemaakt door de kunstenaar Vic Sprenkels uit Roermond, leerling van de beroemde bouwmeester Cuypers.

Deze beelden zijn in de jaren tachtig aangekocht afkomstig uit een klooster.

 

De veertien Kruiswegstaties zijn ontworpen en gemaakt door de Tegelse kunstenaar/beeldhouwer Frans Tuinstra, in geel gebakken chammotte klei met roodfond, in de grootte van ongeveer 30x50x5 cm.

Ze zijn geheel uit de hand geboetseerd zonder vormwerk.

De houten kruisjes boven de staties zijn waarschijnlijk afkomstig van een eerder geplaatste kruisweg, waarvan de herkomst niet bekend is.

 

In de kerk bevinden zich drie beelden; het ene voorstellend Sint Joseph met het Kind.

Dit is het enige beeld gegoten en gemodelleerd uit gips, wat overgebleven is van een reeks aantal gipsen beelden, die afkomstig zijn van een niet meer bestaande atelier uit Kevelaer.

Het was Katholieke Volkskunst uit Kevelaer.

In de dertiger jaren voorzag dit atelier vele kerken, kloosters en gebouwen van deze Katholieke Volkskunst.

Het andere beeld voorstellend de Heilige Antonius van Padua, met dragend het Kind Jesus. (veel aangeroepen bij zoek geraakte spullen)

Het is niet bekend wie dit beeld gemaakt heeft en de afkomst.

Het staat er al sinds mensenheugenis.

Het laatste beeld vooraan in en nis, van de rechter zij-beuk is een houten beeld van Maria, staande op de wolken.

Aan haar rechter zijde staande op een wereldbol, het Kind dat zij met beide handen vasthoudt.

Het is afkomstig uit Frankrijk uit de vroeg 20ste eeuw.

Waarschijnlijk zijn er ook beelden door oorlogshandelingen uit de 2e Wereld-Oorlog verloren gegaan, want in deze kerk is het voorste gedeelte flink beschadigd geweest.

 

In een nis van de linker-zijbeuk hangt het houten lijdenskruis met de lijdenswerktuigen, die bij het kruis behoren zoals de doornenkroon, dobbelstenen, de hamer, de nijptang, nagels, spons en het geselwerktuig.

Op twee houten panelen worden de kruisjes bevestigd van de overleden parochianen.

 

De twee kroonluchters vooraan in de kerk zijn geschonken en komen uit de Titus Brandsma kapel in Nijmegen. 

 

In de beide zij-beuken glas-in-loodramen, voorstellend links een Maria afbeelding en rechts een afbeelding van de Verrijzenis, aangeboden bij gelegenheid van het 40-jarig Priesterfeest van Pastoor Gerad van de Loo in 1981.

Ze zijn ontworpen door beeldend kunstenaar Richart Smeets uit Gennep en gemaakt bij Atelier Flos in Steyl.

 

Op het Priesterkoor staat een houten lezenaar (oorspronkelijk een bidstoel) met het wapen van de Bisschop van Roermond Mgr. Josephus Drehmanns, hij was Bisschop van 1900-1913.

 

De houten altaartafel op het Priesterkoor toont aan de voorkant een reliëf voorstellende de Emmausgangers.

Dit paneel is afkomstig uit de Communiebank daterend uit 1884.

 

Het resterende deel van deze Communiebank voor het priesterkoor, bestaat uit Engelen met banderollen en doorgetrokken panelen met wijnranken.

Al deze houten kunstobjecten komen uit de toenmalige Moederkerk van Ottersum.

 

Tegen de achterkant van het priesterkoor hangt een groot eiken houten kruis met een gipsen corpus.

Het is een Missiekruis uit 1933, toe de Paters Redemptoristen in deze kerk voor de parochie hun missieweek hielden.

De maker en afkomst van dit kruis zijn niet bekend.

 

Het klokje op het priesterkoor is in 1953 geschonken aan Pastoor Lambert Versterren, bij gelegenheid van zijn 25-jarig Priesterfeest.

Het is gegoten bij de bekende Koninklijke Klokkegieterij Petit e. Fritsen uit Aarle-Rixtel.

 

Op het priesterkoor staan drie houten zetels, met uit hout gesneden, de drie symbolen van Geloof, Hoop en Liefde.

Deze stoelen zijn aangeboden door het Schutters-gilde St. Lambertus in het kader van het 500-jarig bestaan van het Gilde en het 40-jarig parochiefeest in 1970.

 

Achter in de kerk, boven de Mariakapel, hangt nog een eikenhouten wegkruis met corpus, afkomstig uit Roermond (1954)

 

Het orgel in de kerk dateert uit 1960 en gebouwd door orgelbouwer Vermeulen uit Weert.

In 2005 is dit orgel, na 45 jaar trouwe dienst, door de Firma Flentrop uit Alkmaar weer helemaal nagekeken en schoon gemaakt, waardoor het weer jaren mee kan.

Zo ziet u maar weer dat onze “zittende” wandeling, toch nog interessant is geweest.

Het heeft een interieur dat goed verzorgd en bewaard moet blijven, ook voor de toekomst.

 

Maar deze parochiekerk heeft nog veel meer te bieden en te zien, wat nog allemaal netjes opgeborgen is.

 

In het kader van het 75-jarig parochiefeest wordt u weer van harte uitgenodigd voor de Tentoonstelling “75 jaar Parochiekerk in Milsbeek” op zondag 27 november a.s.

Deze kerk zal ingericht zijn als tentoonstellingsruimte.

Te zien zullen zijn foto’s, betrekking hebbende op het parochie- en kerkgebeuren,

Een impressie van “75 jaar gedachtenisprentjes”, die aanwezig zijn in het archief.

Ook paramenten (kerkelijke kledingstukken) zullen er te zien zijn en andere religieuze kunst

De tentoonstelling zal s’morgens om 11.00 uur geopend worden met een orgelconcert, gegeven door Wim Hendricks, zoon van de eerste hoofdonderwijzer van de school en eerste organist/dirigent van het parochieel-herenkoor.

De tentoonstelling duurt tot 16.00 uur s’middags.

Iedereen wordt nogmaals van harte uitgenodigd.

 

Herinneringen aan.....

 

Herinneringen aan, rond februari 1945, toen de operatie “Veritabel” werd ingezet met de bedoeling de Duitsers terug te dringen en bij Rees de Rhein over te steken.

 

In Milsbeek met rondom de ruime velden

de buurt die toen slechts lege huizen telde.

Daar werd een felle strijd gestreden

door jonge soldaten is veel pijn geleden.

 

Terwijl vijanden elkaar steeds beloerden

en duiven vredig in de bomen koerden.

Floten granaten en kogels in het rond

de een werd gedood een ander gewond.

 

Hier bij het huis van God, die liefde is

kwam de vraag op, wat is er met ons mensen mis.

Vandaag sneuvel ik misschien, en morgen hij

dan liggen wij op vreemde grond, rij aan rij.

 

Hier zijn wij de doden van weleer

voor Uw vrijheid kwamen wij niet weer.

Dank voor die klaproos op mijn graf

denk even, voor wie en waarom ik mijn leven gaf.

 

Klaprozen in Vlaanderen waar werd gestreden

Als ook bij Verdun waar velen hebben geleden.

Die veldbloem kwam overal op alle graven

waar de gedode soldaten, onze makkers lagen

 

Zie, wij waren medemensen die eens leefden

de ochtenddauw en de avondzon beleefden.

Ouders beminden ons, terwijl ik bezweek

rond de velden van het kleine mooie Milsbeek.

 

Dank dat U gekomen bent om ons te eren

en beloof, om altijd oorlogen te bezweren

liefhebben in vrede, laat dat altijd zijn

blijf bloemen brengen, beste mensen, groot en klein.

 

Zondag 6 november 2005 

Adriaan Theodoor de Winter

Ereveld Milsbeek

 

Ter gelegenheid van de viering van het 75 jarig bestaan van de parochiekerk

O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand en de school in Milsbeek.

 

Toen troepen van de 51e Highland divisie op 8 februari 1945  de operatie “veritable”, vanaf de St. Jansberg, startten in de richting van het Reichswald, ontmoeten zij zeer veel tegenstand en vielen de eerste doden en gewonden, al bij het begin van deze operatie.

 

Bij de bezetting van- zoals zij dat noemden “Piramide Hill” – ofwel de hoogste top van de Holleweg zagen zij een paar herkenningspunten die op hun stafkaarten waren aangegeven, en wel de toren van de kerk in Milsbeek, de torens van de kerken in Ottersum en Gennep, die de voorlopige herkenningspunten van- en het doel der operatie waren.

 

Niemand van hen kende Milsbeek en voor de soldaten was dat just a village of dorp, zoals zij er al velen hadden veroverd op hun weg van Normandië naar Duitsland.

 

Geen soldaat stond er bij stil dat die kerktoren van Milsbeek nauwelijks 15 jaar oud of (jong) was en gelukkig geen doel om op te schieten want de Duitsers waren, om welke tactische reden dan ook, al uit Milsbeek vertrokken.

 

Misschien bracht het sommige soldaten tot de gedachten aan thuis en de kerk waar zij gebruikelijk op zondag met hun ouders heengingen.

Mogelijk bracht het hen tevens tot een gebed naar de Allerhoogste om gespaard te mogen blijven voor sneuvelen, of gewond raken zo ver van huis.

 

De verkenningspatrouilles naar en door Milsbeek verliepen rustig. Milsbeek was verlaten, geen burgers, geen vee, geen Duitse troepen, slechts verlaten huizen en een lege kerk.

 

Buiten Milsbeek en Ottersum op weg naar Gennep, was de strijd in volle gang en het vergde alles bijeen 42 doden van de 215 die op de begraafplaats in Milsbeek hun laatste rustplaats mogen hebben.

 

Bij de herdenking van deze kerk die thans 75 jaar bestaat is Milsbeek voor de soldaten een bekend dorp geworden.

Hier liggen hun kameraden begraven, hier zijn zij vele jaren op pelgrimage geweest en naar ik vernomen heb zullen de weinigen die nog kunnen, nog wel eens trachten te komen en een traantje laten op dit ereveld achter het kerkhof van de nu jubilerende kerk.

 

Het is al weer meer dan 60 jaar geleden. Veteranen sterven bij bosjes, thans een natuurlijke dood en bijna elke week zou ik kunnen afreizen naar Engeland, Schotland en Wales om hen een laatste groet te brengen.

De veteranen zullen hier als groep in de toekomst niet meer komen, maar toen zij hier in 1945 waren als soldaat was dat vanwege de vrijheid van Europa, dus óók de vrijheid van Nederland én de vrijheid voor allen die in Gennep en alle omliggende kerkdorpen leven.

Hun strijd was het verdrijven van een verwerpelijk regime in Europa, dus bevrijdden die soldaten ook Milsbeek en daarmee het centrale punt, de Kerk.

 

Laat ons niet, neen nóóit, vergeten aan onze kinderen en kleinkinderen te vertellen waarom er zo velen begraven liggen achter deze nu feestvierende kerk. Laat hen weten dat zij vrij kunnen leven mede door de inzet van geallieerde soldaten die wij thans betrekken bij de viering van dit kerkelijke feest en tevens het 75 jarig bestaan van de school.

 

Gezamenlijk gaan wij van hieruit naar de hoek van de Kerkstraat om een krans te leggen bij het monument voor de burgerslachtoffers.

Wij staan dan even stil bij alle burgers die door het strijdgewoel tussen de troepen, de ondergrondse activiteiten en haatgevoelens van nazi aanhangers zijn weggevoerd en omgekomen in concentratiekampen.

Waarbij ik tevens denk aan de Joodse inwoners die zo gehaat werden bij allen die het nazi regime vereerden.

 

Daarna gaan wij naar het ereveld van de geallieerde soldaten achter de kerk.

Ieder graf zal worden getooid met een zogenaamd “poppykruis” om daarmee te herdenken dat alle gesneuvelden onze aandacht hebben en blijven houden en hun laatste rustplaats in ere wordt gehouden.

 

Bij deze handeling heeft men mij gevraagd, dat ik even iets vertel over de betekenis van de Poppy ofwel de klaproos die op elk kruis is aangebracht.

De klaproos is een symbool geworden voor de herdenking van de soldaten die sneuvelden op de slagvelden.

Vooral vroeger bij de slag bij Waterloo waar werd gezegd, dat deze veldbloem het bloed dronk van de gesneuvelde soldaten en daarom rood werd.

Naderhand tijdens de 2e Wereld-Oorlog werd de klaproos gebruikt om de graven van de gesneuvelden te sieren met een  bosje klaprozen.

De verkoop van deze poppies heeft voor de Britse veteranen organisatie tot doel om de graven van gesneuvelden door alle eeuwen heen te sieren met deze bloem

en de opbrengst te besteden aan die soldaten die door verminking invalide zijn geworden.

 

Het ligt hoop ik in het voornemen dat u allen kunt en zult meedoen. U krijg bij het binnentreden van het ereveld een kruis.

U begint van voren af aan, ieder achter en zerk ofwel headstone te staan, zodat alle helden gelijkertijd geëerd worden door het plaatsen van een herdenkingskruis.

Opdat zij eeuwig het symbool zullen zijn van een lange strijd, die voor ons “Vrijheid” betekent.

 

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Mag ik u thans verzoeken, om door begeleiding van de Gildebroeders, rij voor rij – te beginnen van vooraf aan – de kerk te verlaten onder het bekende lied:

Land of hope and glory.

 

Adriaan Theodoor de Winter

Zondag 6 november 2005.