Parochie Milsbeek
Op deze pagina kunt u informatie vinden over de parochie Milsbeek.

Op deze pagina vindt u (links naar) informatie over de kerk en parochie van Milsbeek. 

 

Oprichtingstekst

Overzicht van parochieherders

Kerkelijk werk in Milsbeek

Artikel van een plaatselijke zendeling (1980)

Geschiedenis: Milsbeek kerkelijk gezien

Geschiedenis: Initiatief voor eigen kerk & school

Geschiedenis: Oprichting van de parochie Milsbeek

Geschiedenis: Eerste functioneren  van de parochie

Fotomateriaal Kerk Milsbeek

Vergeleken: kerk vroeger en nu

 

 

 

Overzicht van parochieherders

 

1930 - 1945 Pastoor L. Hoefnagels            Over Pastoor Hoefnagels

1943 - 1946 Pater A. Verheijen, kapelaan

1945 - 1948 Pastoor J. Reintjes                 Over Pastoor Reintjes

1948 - 1962 Pastoor L. Versterren             Over Pastoor Versterren

1962 - 1982 Pastoor G. van de Loo            Over Pastoor Van de Loo (1) Over Pastoor Van de Loo (2)

1982 - 1993 Pastoor B. van Dijck               Over Pastoor Van Dijck

1993 - 1996 waarnemend Aalmoezenier P. Linssen

1996 - 2004 Pastoor B. Paquay

2005 - heden Pastoor R. Schols

Kerkelijk werk in Milsbeek

 

Bouwpastoor Hoefnagels vestigde zich in oktober 1930 in het zusterklooster te Gennep en enkele maanden later in een woonhuis aldaar. Pastoor Hoefnagels bleek een goede greep te zijn als bouwpastoor want hij toonde zich uiterst aktief en initiatiefrijk. Na de oorlog kreeg Milsbeek een nieuwe pastoor. Pastoor Hoefnagels werd overgeplaatst naar het minder getroffen Wanssum en in Milsbeek werd Pastoor Reintjes benoemd, welke met grote ijver de opbouw van kerk en pastorie ter hand heeft genomen. Het patronaat werd in de tussentijd ingericht als noodkerk en de diensten konden tenminste worden voortgezet.

Pater A. Verheijen was vanaf 1943 tot 1946 als kapelaan werkzaam in de parochie Milsbeek. Hij werkte samen met Pastoor L. Hoefnagels en met Pastoor Jac. Reintjes. Hij vergezelde de parochianen tijdens de evacuatie. Bij terugkomst in het totaal leeggeroofde Milsbeek was hij behalve zielzorger, mede organisator van de H.A.R.K. en zorgde hij ook voor de aanvoer en de verdeling van o.a. groente.

Pastoor Versterren volgde in 1948 pastoor Reintjes op, die naar Siebengewald was getrokken. Hij zou met zijn huishoudster Nelleke tot 1962 blijven. Versterren was een priester met een geheel eigen karakter die met zijn grote zwarte fiets met carbiedlamp de hele omgeving rondfietste en als zodanig ook grote bekendheid genoot. Hij was een man die zeer sober en zuinig leefde en hiervoor dan slechts minimale offers vroeg aan de parochianen. Bij zijn pastoraat ging hij altijd uit van het oude kerkprincipe dat het gezag het voor het zeggen had en de priester boven de mensen stond. Voor het verenigingsleven was hij niet de stimulerende figuur die men graag zag al dient wel toch in een adem gezegd te worden dat hij het is geweest die in 1957 de eerste initiatieven steunde voor de verbouwing van het nog bestaande oude patronaat, op Kerkstraat 23. Eveneens mag van Pastoor Versterren niet onvermeld blijven dat onder zijn pastoraat een orgel werd gebouwd in de kerk.

Pastoor Versterren vertrok in 1962 naar Neeritter en Milsbeek telde toen 1450 inwoners. Hoewel het vertrek van Pastoor Versterren niet geheel onverwacht kwam, was er nog niet in de opvolging voorzien. In die tussentijd was de kapelaan van Ottersum, Huub Dings, aktief in Milsbeek. Zijn manier zoals hij toentertijd met de jongeren omging sprak boekdelen; hij dronk bier, sprak over en had verstand van brommers en auto's en zelfs het onderwerp meisjes ging hij niet uit de weg. Er ging een wereld voor de jeugd open. Dings was afkomstig uit Venlo, een slagerszoon. Bij zijn benoeming in Ottersum kreeg hij van thuis een auto mee, een Mini Morris.
Pastoor Van de Loo, die voordien kapelaan was in Maasniel, volgde Pastoor Versterren op. Hij ziet de kerk meer als "Gods volk onderweg" waar hij tussen in staat. Zo zien de mensen hem ook, vooral ook omdat hij uit deze streek komt. Misschien is het tekenend voor de overgang geweest dat hij reeds in de lente van 1963 het hoge ijzeren hek voor de pastorie liet afbreken, dit om de gang naar de pastorie als het ware te vergemakkelijken.
Dat het kerkbestuur op zijn verzoek enkele jaren later het priesterkoor verhoogde was niet om hem er weer boven te zetten, maar vooral om het ruimer te maken, zodat er meer gebruik van gemaakt kon worden door anderen, zoals de fanfare, de communicantjes en feestvierende echtparen.