|
Kerkelijk
werk in Milsbeek
Bouwpastoor
Hoefnagels vestigde zich in oktober 1930 in het zusterklooster te
Gennep en enkele maanden later in een woonhuis aldaar. Pastoor Hoefnagels
bleek een goede greep te zijn als bouwpastoor want hij toonde zich
uiterst aktief en initiatiefrijk. Na de oorlog kreeg Milsbeek
een nieuwe pastoor. Pastoor Hoefnagels werd overgeplaatst naar het
minder getroffen Wanssum en in Milsbeek werd Pastoor Reintjes benoemd, welke met grote ijver de opbouw van kerk en pastorie ter
hand heeft genomen. Het patronaat werd in de tussentijd ingericht
als noodkerk en de diensten konden tenminste worden voortgezet.
Pater
A. Verheijen was vanaf 1943 tot 1946 als kapelaan werkzaam in de
parochie Milsbeek. Hij werkte samen met Pastoor L. Hoefnagels en met
Pastoor Jac. Reintjes. Hij vergezelde de parochianen tijdens de
evacuatie. Bij terugkomst in het totaal leeggeroofde Milsbeek was
hij behalve zielzorger, mede organisator van de H.A.R.K. en zorgde
hij ook voor de aanvoer en de verdeling van o.a. groente.
Pastoor
Versterren volgde in 1948 pastoor Reintjes op, die naar
Siebengewald was getrokken. Hij zou met zijn huishoudster Nelleke
tot 1962 blijven. Versterren was een priester met een geheel eigen
karakter die met zijn grote zwarte fiets met carbiedlamp de hele
omgeving rondfietste en als zodanig ook grote bekendheid genoot. Hij
was een man die zeer sober en zuinig leefde en hiervoor dan slechts
minimale offers vroeg aan de parochianen. Bij zijn pastoraat ging
hij altijd uit van het oude kerkprincipe dat het gezag het voor het
zeggen had en de priester boven de mensen stond. Voor het
verenigingsleven was hij niet de stimulerende figuur die men graag
zag al dient wel toch in een adem gezegd te worden dat hij het is
geweest die in 1957 de eerste initiatieven steunde voor de
verbouwing van het nog bestaande oude patronaat, op Kerkstraat 23.
Eveneens mag van Pastoor Versterren niet onvermeld blijven dat onder
zijn pastoraat een orgel werd gebouwd in de kerk.
Pastoor
Versterren vertrok in 1962 naar Neeritter en Milsbeek telde toen
1450 inwoners. Hoewel het vertrek van Pastoor Versterren niet geheel
onverwacht kwam, was er nog niet in de opvolging voorzien. In die
tussentijd was de kapelaan van Ottersum, Huub Dings, aktief in
Milsbeek. Zijn manier zoals hij toentertijd met de jongeren omging
sprak boekdelen; hij dronk bier, sprak over en had verstand van
brommers en auto's en zelfs het onderwerp meisjes ging hij niet uit
de weg. Er ging een wereld voor de jeugd open. Dings was afkomstig
uit Venlo, een slagerszoon. Bij zijn benoeming in Ottersum kreeg hij
van thuis een auto mee, een Mini Morris.
Pastoor Van de Loo, die voordien kapelaan was in
Maasniel, volgde Pastoor Versterren op. Hij ziet de kerk meer als "Gods volk
onderweg" waar hij tussen in staat. Zo zien de mensen hem ook,
vooral ook omdat hij uit deze streek komt. Misschien is het tekenend
voor de overgang geweest dat hij reeds in de lente van 1963 het hoge
ijzeren hek voor de pastorie liet afbreken, dit om de gang naar de
pastorie als het ware te vergemakkelijken. Dat
het kerkbestuur op zijn verzoek enkele jaren later het priesterkoor
verhoogde was niet om hem er weer boven te zetten, maar vooral om
het ruimer te maken, zodat er meer gebruik van gemaakt kon worden
door anderen, zoals de fanfare, de communicantjes en feestvierende
echtparen.

|