| |
| Publicaties |
| Bibliografie
van Milsbeek |
|









|
Op deze pagina staan de titels en auteurs van de
naslagwerken welke gebruikt zijn bij het maken van deze site. Ook
kunt u hier een reeks publicaties in verband met het jubileum
terugvinden.
Voor
deze website gebruikte naslagwerken
In
verband met het jubileum
publiceerde Wim Bindels
in 2005 met
enige regelmaat stukjes in de lokale media (Maas en Niersbode). Deze stukjes over de
geschiedenis van Milsbeek zijn, na verschijning in de media, ook
hier terug te vinden. Om deze pagina niet te lang en traag te
maken, zijn de eerste stukjes op een andere pagina gezet. De links werken wel. Geen
dorp Dorpsvorming De
naam Milsbeek
De
onafhankelijkheidsstrijd
Ook
een school
De
plek voor kerk en school
De
hand aan de schop
Wie
zal dat betalen?
Het
eerste kerkbestuur
De
architectuur
De
aannemers aan het werk
|
|
|
In
Milsbeek naar school
De
kerk van binnen
Een
koster-organist gezocht
Feest
in Milsbeek
De
eerste sacramenten
Het
Kerkhof
Het
Patronaat
Hoog
bezoek
Pastoor
Hoefnagels
Een
nieuwe pastoor
Oorlogsleed
Een
bewaarschool in Milsbeek
Parochie
en verenigingsleven
Milsbeek
groeit en bloeit
Problemen
in de parochie
Gérard
van de Loo naar Milsbeek
Roepingen
en missie vanuit Milsbeek
Een
nieuw huis voor de gemeenschap
Loskoppeling
kerk en school
Een
groot Milsbeker
Pastoor
Ben van Dijck
Een
pastoorloos tijdperk (slot)
Elders
op deze website staat ook nog een stukje geschreven voor het
50-jarig jubileum in 1980 in het Aald
Milsbeks.
|
|
Voor
deze website gebruikte
naslagwerken:
Aymans,
G., P. Burggraaff en W. Jansen, De regio Gennep aan de ketting
(1731-1732), 1988.
Bindels,
W., Jubileumuitgave
"Gouden Huis", 50 jaar parochie Milsbeek, 1930-1980, 1980.
Dinter,
W. van, De
nadagen en de teloorgang van Het Genneperhuis (1641-1998),
1998 .
Dinter,
W. van, Straatnamen van de gemeente
Gennep verklaard en toegelicht, 2003.
Driessen,
pastoor Th. W. J., Gedenkboek
100 jaar Dekenaat Gennep 1862-1962., 1962.
Ten
Haaf, P., M. Janssen, E. Janssen en T. Huizinga, Schuttersgilde
St. Lambertus 50 jaar, 2004.
Theunissen,
G., J. v.d. Hoogen en W. Bindels, De
alde Milsbèk,
1987.

|
|
Recente
publicaties van Wim Bindels in het kader van Milsbeek 75 jaar:
De
eerste delen
(Oprichting
en bouwvoorbereidingen)
|
|
Hoog
bezoek
In
januari 1932 was de kerk ingezegend. Maar een kerk moet ook
geconsacreerd worden. Het hoogtepunt is de wijding van de
grote tafel (het altaar) met een reliek (relikwie). In 1933 werd
besloten Mgr. Lemmens te vragen hiervoor naar Milsbeek te komen om
“den hoogsten kroon op den tempel te zetten”. De 2e
zondag van september in 1934 reisde hij af naar Milsbeek.
Er
werd weer volop versierd. Architect Coumans werd zelfs van stal
gehaald om de regie te voeren. Kerkmeester Coenen zorgde via Baron
van Verschuer voor 25 bomen uit het bos. De rest van het hout werd
besteld bij Driekus Lemmen. De Bisschop zou bij de Zwarteweg
worden afgehaald.
Duidelijk was dat het weer een groot feest moest worden op
de Milsbeek.
Ook
de Gennepse Courant was uiteraard weer van de partij .Er was meer
aandacht voor het in het water gevallen bezoek van de bisschop dan
voor de consacrering zelf.
“Vanuit de verte
lacht de
bonte smaakvolle versiering
van de huizen en wegen ons reeds toe en
naderbij komend ontdekken we
dat er ijverig is gewerkt is moeten worden om zo een
bisschop te ontvangen” zo schreef de krant.
Jammer
was het dat de bisschop er nauwelijks van kon genieten. De oorzaak
was de ongenietbaarheid van Pluvius. De krant verhaalt: “Daar
scheurt zich het uitspansel vaneen, onstuimig jachten de laag
hangende wolkenslierten zich voort, een natuurchaos is
losgebroken. Milsbeek ziet zich in een waterlandschap
herschapen”. Het regent zegt men maar dan op een manier die niet
beschrijven is, of we zouden het de man in sportkostuum na moeten
zeggen die beweerde dat de Maas boven onze hoofden neer plaste. De
bloemhulde die voorzien was viel volledig in het water. “Die van
bovenuit uit de ereboog viel gelukkig nog eerst boven op de
talloze parapluis” schrijft de krant. Maar vadertje-bisschop was
toch ontroerd over alles wat hij aantrof. Hij sprak: “Ondanks
den regen ben ik blijde naar hier gekomen om te zien hoe mijne
kinderen in het uithoeksken van Limburg hun vader lief hebben.”
De bisschop had zich goed voorbereid. Toen het maar niet op wilde
klaren zei hij tegen een parochiaan wiens zoontje hij tegen de
wangen klapte op zien Milbèks : “nog mar efkes wachte”.
Na
de in het water gevallen ontvangst en een pontificaal lof, werd
eerst het patronaat ingezegend. De consecratie van de kerk vond op
maandag plaats.
Nog
steeds is niet geheel duidelijk welke reliek van welke heilige
indertijd is in gemetseld. Bij de herinrichting van de kerk in
2004 zijn wel 2 reliekhouders gevonden. Een van
het Heilig Kruis, afkomstig uit het bisdom Brugge, en een
van Theresia van Lisieux. Chris Janssen zoekt het uit.
|
|
Pastoor
Hoefnagels
De
in Griendtsveen geboren Ludovicus Hoefnagels is als bouwpastoor al
herhaaldelijk in beeld geweest. Met een goed zakelijk inzicht
heeft hij de parochie Milsbeek in de beginjaren geleid. Zijn idee
om de kerk niet aan de Zwarteweg te bouwen maar achter de
aanvankelijk beoogde bouwlokatie een met wat hakhout begroeide
zandduin te kopen en daarop de kerk en de school te bouwen, was
een gouden greep. De overtollige grond werd verkocht als
bouwterrein. Hij loodste de parochie hiermee financieel goed door
de beroerde crisisjaren.
Hij
was verder een pastoor die veel met de patronaatjongens en de
Jonge Wacht
optrok. Van hem ging de stimulans uit die leidde tot de
oprichting van de toneelvereniging ONA. Ook de fanfare droeg hij
een warm hart toe. Hij maakte de grote bloei mee en smaakte het
genoegen ze in 1935 de promotie naar de 1e klasse en in
1938 naar de ereafdeling te kunnen feliciteren.
Er
was in de crisis- en oorlogsjaren weinig ruimte voor verfraaiingen
aan de kerk. Een uitzondering vormde de opdracht in 1938 aan de
bekende Heumense kunstenaar Jac Maris om uit een al tijdens de
bouw ingemetseld betonblok voor f 450,-- een beeld van Maria van
Altijddurende bijstand te kappen. In de oorlog moest hij toezien
hoe de grote kerkklok door de Duitsers werd weggevoerd voor de 200
kg koper die er aan zat. In maart 19 44 kwam hij in het
kerkbestuur met het voorstel om het harmonium dat de kerk rijk was
te vervangen door een orgel en de oude kruisweg door een nieuwe.
Kort daarop moest er geëvacueerd worden en kwam er van deze ideeën
voorlopig niets terecht
In
1941 kreeg hij de steun van een kapelaan, de enige die de parochie
ooit heeft gehad.
Dat was de in Middelaar geboren en in dat jaar tot priester
gewijde “Pater” Verheijen.
Met
een aantal andere Milsbekers verbleef Pastoor Hoefnagels tijdens
de evacuatie in Werkhoven. Elke zondagmorgen om 7.00 uur droeg hij
daar de H. Mis op en aan de Milsbeekse kinderen gaf hij in de kerk
catechismusles.
Na
terugkomst van de evacuatie in mei 1945 trof hij in Milsbeek een
redelijk zwaar beschadigde kerk aan. De toren had wonder boven
wonder weinig geleden. Er werd wat bruikbaar interieur naar het
patronaat gesleept en daar werden de eerste diensten weer
gehouden. Hij verzorgde vervolgens nog het eerste herstel van de
kerk maar vertrok in september al op eigen verzoek naar Wanssum.
Hier was de kerk volledig verwoest en moest een hele nieuwe komen.
Met zijn schoolvriend architect Jean Coumans bouwde hij die op een
nieuwe plek. In 1956 vertrok hij naar Grubbenvorst en in 1964 ging
hij met emiraat en vertrok hij naar Deurne.
In
1968 was deze grote kleine man als eregast nog in Milsbeek
present bij de opening van het gemeenschapshuis. In 1972 overleed
hij op 77-jarige leeftijd.
|
|
Een
nieuwe pastoor
Na
het vertrek van pastoor Hoefnagels moest er een nieuwe pastoor
komen. Weliswaar was kapelaan Verheijen er nog, maar die had niet
de intentie om pastoor in een parochie te worden. Hij wilde naar
de missie en vertrok in februari 1946 naar Afrika.
De
nieuwe pastoor werd wel een streekgenoot, n.l. de in Heijen op de grens met Hommersom geboren Jac Reintjes. Op
21 maart 1931 was hij tot priester gewijd en vervolgens rector op
Maria Roepaan en kapelaan in Heythuysen geweest. Op zondag 28
oktober 1945 werd hij geïnstalleerd.
Naast
het uitoefenen van de zielzorg, kreeg hij uitdrukkelijke de taak
om het herstel van kerk, pastorie, patronaat en school te
begeleiden. Architect Coumans had daar ook weer zijn rol in.
Vooral het priesterkoor met altaar en het gewelf daarboven had
zware oorlogschade. Ook de pastorie was flink gehavend. Tengevolge
van het laten springen van de brandkast was er een groot gat in
een van de gevels geslagen. Volgens een verslag zo groot “dat er
wel een koe doorheen kon”.
In
april 1946 worden de plannen in het kerkbestuur besproken. “Van
de gelegenheid werd gebruik gemaakt om het priesterkoor te
verhogen en te verfraaien. Het werd daarna opnieuw geconsacreerd.
Het
herstel van alle kerkelijke gebouwen vergde f 70.000,--.
Gedeeltelijk werden de kosten door het rijk en het bisdom vergoed
maar gedeeltelijk moest de kerk er zelf voor opdraaien. Gelukkig
kon er uit het “grondbedrijf” van zijn voorganger nog steeds
grond worden verkocht. Langs de Kerkstraat, de Pastoor
Hoefnagelstraat, de Zwarteweg en de Schoolstraat werden allerlei
stroken en kavels verkocht voor de wederopbouw van het dorp. Het
verzoek om het perceeltje tussen kapper Hubbers en bakker Van den
Hoogen te kopen werd echter uitdrukkelijk afgewezen. Het werd
gereserveerd voor een kapelanij. Kapelaan Verheijen bleef echter
de enige kapelaan die Milsbeek ooit had.
Er
kwamen ook volop wijzigingen in het personeelsbestand van de
school. Schoolhoofd Wim Hendrickx vertrok december 1945. Wim
Janssen uit Afferden werd zijn opvolger
Pastoor
Reintjes was nog kleiner van stuk dan zijn voorganger maar een
ijverig en pittig manneke die wist wat hij wilde en daar dan
vervolgens ook niet gemakkelijk meer van af te brengen was.
Hij
kwam uit een muzikale familie en droeg de fanfare en het zangkoor
een warm hart toe. Stammend uit een boerengezin hadden ook de
jonge boeren een bijzonder plekje in zijn hart. Onder zijn
stimulerende invloed werd dit een bloeiende vereniging.
Zijn
verblijf in Milsbeek duurde maar kort. Al in september 1948
vertrok hij naar Siebengewald. Daar wachtte hem de klus om een
geheel nieuwe kerk te bouwen. Hij overleed er op 20 september 1980
op 74-jarige leeftijd.
|
|
Oorlogsleed
Het
dorp en de parochie Milsbeek hadden niet alleen te maken met
materiele schade. Zowel onder de bevrijders als de parochianen
vielen er veel doden. Toen de
inwoners vanaf mei bij groepjes terugkeerden in Milsbeek,
ontdekten ze achter hun eigen kerkhof de offers die de bevrijders
hadden gebracht.
De
operatie Market Garden, die op 17 september 1944 startte, hadden
de Milsbekers nog van dichtbij mee gemaakt. Enkele gliders waren
zelfs nog in het dorp terecht gekomen. Het front bleef steken aan
de noord-westgrens . Milsbeek werd net geen bevrijd gebied en
moest in oktober 1944 op last van de Duitsers evacueren. Op
8 februari 1945 begon de slag om het Reichswald. Die strijd werd
gevoerd door een versterkt Brits legercorps. De slag, die 10 dagen
duurde, heeft aan 6000 man het leven gekost. Een deel daarvan,
ruim 200, is in
Milsbeek begraven op wat het “Engels” kerkhof genoemd wordt.
Jaarlijks wordt er op 4 mei nog bij de slachtoffers stil gestaan.
Maar
ook een aantal parochianen liet het leven tijdens de oorlog. Het
waren er in totaal 20. In de periode van mei 1940 tot september
1944, waarin Milsbeek
bezet was door de Duitsers, kwamen
er 2 inwoners als gevolg van bombardementen om het leven. Ze waren
op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Jan Grutters bij
famillie in Lutterade en Frans Kerkhoff
op school in Nijmegen bij
het bombardement van die stad op 22 februari 1944 .
De
gevechten die er na Market Garden tussen de bevrijdingstroepen en
de bezetters uitbraken en letterlijk over de hoofden van o.a. de
Milsbekers werden uit gevochten, kostten 9 inwoners het leven. Ze
werden, ondanks de vele schuilkelders die waren gebouwd, het
slachtoffer van granaten die in Milsbeek terecht kwamen. De
zwartste dag was 23 september 1944. Als gevolg van een
granaatinslag bij de Zwarteweg
lieten uiteindelijk 5 inwoners, waaronder 3 leden van de
familie Janssen op de hoek Zwarteweg/Langstraat, het leven.
Ook
de evacuatie eiste zijn tol. Twee leden van het gezin Thissen uit
de Bloemenstraat, die hun heil hadden gezocht bij familie in het
Duitse Keppeln, kwamen bij een bombardement om.
Terug
gekeerd van de evacuatie kwamen nog eens 7
inwoners om. Het zwaarst werden daarbij de families Gerrits
en Franken van de Onderkant getroffen
Toen de familie Gerrits bij terugkomst de deur van hun huis
open maakte, ontplofte er een mijn. Twee leden van die familie,
een buurmeisje en degene die hen vanuit Werkhoven met kar en paard
naar Milsbeek had terug gebracht, kwamen om.
Bij
2 ongelukken met oorlogstuig kwamen in totaal
4 leden van de familie Franken om het leven. In 1950 werd
op het punt van samenkomst van de Kerkstraat met de Langstraat een
herdenkingsmonument voor alle Milsbeekse slachtoffers en Kees de
Bruin uit Werkhoven opgericht.
|
|
Een
bewaarschool in Milsbeek
Alle
kinderen die 6 jaar oud waren konden naar school in Milsbeek Voor
degenen die jonger waren was er geen plek. Bij de zusters aan het
Stepke in Ottersum
was er een bewaarschool. Maar slechts door een enkeling uit Milsbeek
werd daar gebruik van gemaakt.
In
Milsbeek groeide het verlangen naar een eigen bewaarschool.
Pastoor Reintjes nam uiteindelijk het initiatief. De in 1931
gebouwde 4-klassige school bood er echter geen ruimte voor. In
1948 wordt in het kerkbestuur, waarvan de in de Langstraat
woonachtige landbouwer Wim Hoenselaar al sinds de oprichting lid
was, de mogelijkheid
besproken om zijn vrijkomende noodwoning daarvoor te gaan
gebruiken. Hoenselaar deelt op 19 juli mee dat hij van
boerderijbouw bericht heeft gekregen dat hij ze kan kopen voor f
1500,--. Het kerkbestuur vraagt hem dit te doen, waarna ze zal worden gehuurd voor een Milsbeekse
bewaarschool.
Ook
voor de personele bezetting had Hoenselaar een oplossing
voorhanden. Dat was zijn dochter Dora, de 3e van de 11
kinderen in huize Hoenselaar. Ze wilde eigenlijk de verpleging in
maar voor de frêle Dora werd dat te zwaar geacht. Leidster op een
op te richten bewaarschool was een goed en naast de deur gelegen
alternatief. Zij ging bij de zusters van liefde in Gennep stage
lopen.
In
1948 ging midden in een schoolseizoen een eigen Milsbeekse
bewaarschool van start. Het nog bruikbare deel van het oude
schoolmeubilair en wat speelmateriaal was al op de pastorie
opgeslagen. De banken werden geel geverfd en zagen er gloednieuw
uit. Er werd begonnen met 22 kinderen en Dora ging f 50,-- per
maand verdienen. Ook op zaterdag werd er naar school gegaan. Dora
moest dan wel zelf naar school maar moeder Door paste dan op de
binnenplaats van de boerderij wel op de kinderen.
Op
15 maart 1949 komen de financiële consequenties in het
kerkbestuur aan de orde. In het 1948 hebben ze een bedrag belopen
van hfl. 752,27. Besloten wordt die als oprichtingskosten te
zullen beschouwen en ze in zijn geheel voor rekening van het
kerkbestuur te nemen. Verder wordt besloten dat de bewaarschool
per 1 januari 1949 onder het schoolbestuur zal gaan vallen. Het
kerkbestuur (tevens schoolbestuur) zal de school een subsidie van
f 400,-- per jaar toekennen.
In
1956 verhuist de toen inmiddels tot kleuterschool gepromoveerde
school naar het uitgebreide schoolgebouw aan de Schoolstraat.
Juffrouw Hoenselaar was inmiddels opgevolgd door Joke Poelen. Zij
had er in 1953 n.l. voor gekozen om kloosterling te worden en was
toe getreden tot de orde van de Passionistinnen in Mook. Ook als
kloosterling kwam zij na een aantal jaren toch weer in het
kleuteronderwijs terecht, eerst in Katwijk en later in Mook. In
1967 vertrok ze als zuster Michaëla
naar de missie in Brazilië.
|
|
Parochie
en verenigingsleven
De
RK parochie drukte niet alleen haar stempel op het onderwijs.
Allerlei maatschappelijke organisaties en verenigingen droegen een
katholiek keurmerk. Uiteraard waren dat de organisaties die
rechtstreeks aan het kerkelijk gebeuren waren gelieerd zoals de
Heilige Familie, het kerkelijk zangkoor en de plaatselijke
afdeling van de Stille Omgang. Op maatschappelijk terrein werd in
het patronaat het jeugdwerk gestimuleerd en begeleid. Er een
plaatselijk Kerkelijk Armbestuur met een kredietbank opgericht
voor hulp aan hulpbehoevende Milsbekers. In het patronaat kwam er
een Parochiële bibliotheek .
De
pastoors namen verder via het geestelijk adviseurschap hun rol in
het Milsbeekse verenigingsleven. De wijze van invulling bij de
eerste verenigingen die Milsbeek rijk was zoals de fanfare,
voetbalvereniging en de toneelclub hing sterk af van hun
persoonlijke interesses. Maar een geestelijk adviseur hadden alle
verenigingen, zelfs de plaatselijke afdeling van de eierbond.
Na
de oorlog, en zeker in de vijftiger jaren, nam de rol van de
katholieke kerk in het Milsbeekse verenigingsleven een grote
vlucht. Van allerlei landelijke katholieke organisaties werden
plaatselijke afdelingen opgericht. Een van de eersten was het
Milsbeek Thuisfront als afdeling van het landelijke Katholiek
Thuisfront. Het was
het steunpunt voor de Milsbeekse jongens die al weer kort na de
bevrijding van ons eigen land in het verre oosten moesten gaan
vechten tegen de voor hun onafhankelijkheid strijdende Indonesiërs.
Het waren er in totaal tien, negen dienstplichtigen en een
“beroeps”. Zij moesten
hun gezinnen, verenigingen en dorp hiervoor verlaten. Juffrouw
Murkens, die in 1939 als onderwijzeres als opvolgster van juffrouw
Smeets aan school was benoemd, was in het plaatselijke bestuur de
initiërende en drijvende kracht. Vooral zij smeedde een hechte
band tussen het dorp en “de jongens in Indië”. Bij allerlei
gelegenheden waar wat volk op de been was, werden collectes
gehouden voor de pakketjes die richting de soldaten
werden gestuurd. In het patronaat werden opnamen voor een
radioprogramma gemaakt dat in Indonesië werd uitgezonden.
Enkelen trokken zelfs naar het Zuid-Limburgse Beek om een
grammofoonplaat op te nemen. In 1950 kwamen de laatste jongens
weer behouden thuis en zat de taak voor het Milsbeeks thuisfront
er op .
Er
kwamen verder o.a. plaatselijke afdelingen van de RK Jonge Boeren,
de RK Bouwvakkersbond,
de RK fabrieksarbeiders- steenfabriekarbeiders- transportarbeiders
en pottendraaiersbond, de KAB (Katholieke Arbeidersbond), de KAV
(Katholieke Arbeidersvrouwen), de KAJ (Katholieke
Arbeidersjongeren), VKAJ (Vrouwelijke
Katholieke Arbeidersjongeren). Op heel veel terreinen werd
hierdoor door het dorp en de parochie Milsbeek een woordje mee
gesproken. De katholieke kerk zorgde er voor dat het gebeurde
overeenkomstig haar waarde en normen.
|
|
In
1948 werd Lambert Versterren benoemd als pastoor. Hij was
Roermondenaar van geboorte en 45 jaar. Na zijn priesterwijding was
hij achtereenvolgens kapelaan geweest in Welten, Spekholzerheide
en Maasbree. Op een prachtige najaarszondag werd hij weer
op de gebruikelijke wijze onder de ereboog bij de “Drie
Kronen” afgehaald. De jonge boeren haalden hun paarden van stal
om zich op kop van de stoet te nestelen en ook de rest van het
verenigingsleven was weer present. Kerkmeester Koenen verwelkomde
de nieuwe pastoor en bood hem trouw, gehoorzaamheid en
volgzaamheid aan. De nieuwe pastoor was een bijzondere
verschijning en had zijn eigenaardigheden. Maar hij pakte de zaken
energiek aan. Hij zette zijn tanden in de administratieve en
financiële afronding van de wederopbouw. Als het nodig was klom
hij ‘s morgens na de H. Mis op zijn stalen ros richting
Roermond en was hij weer voor het avondeten terug bij huishoudster
Nellie. De totstandkoming van een regeling met de verenigingen tot
gebruik van het patronaat, de oprichting van een kerkelijk
armbestuur en de heropening van de parochiële bibliotheek
waren prima initiatieven in de eerste jaren. Hij was ook
een goede techneut die overal verstand van had. Met aan zijn zijde
parochianen die van hun parochie iets moois wilden maken, wierp
dat zijn vruchten af. Pastorie en patronaat werden op de riolering
aangesloten en het stoffige kerkhof kreeg een hoofdweggetje van
asfalt .Vooral ook de inrichting van het kerkgebouw kreeg
aandacht. Er werd in 1950 een klokkenfonds ingesteld. Eerst werden
de door de Duitsers leeg geschoten koperen hulzen huis aan huis
opgehaald, die waren immers mede afkomstig van de door hen in de
oorlog gevorderde oude luidklok.
In 1951 kon de eerste klok bij “De Drie Kronen” met de fanfare
en bruidjes worden afgehaald. Maar de Milsbekers waren duidelijk
niet meer tevreden met één klok. Er werd gul gegeven en in 1952
konden ze de 2e klok al met een klokslag begroeten en
in 1953 kon de 3e al geconsecreerd worden. Het waren
niet alleen klokken die de kerk verfraaiden. Ook de verouderde
verwarming werd geheel vernieuwd, er werd op de ongelijke betonnen
vloer een tegelvloer geplaveid, de kerkbanken werden weer
gecompleteerd en er kwamen 8 gesmede kroonluchters onder de
gewelven te hangen. Bij zijn 25 jarig priesterjubileum in 1953
riep hij vervolgens een fonds in het leven
voor een nieuwe kruisweg. Op “zijn Milsbeeks” werd dat
er een in keramische uitvoering met baksteentjes rondom. In 1954
kon deze al worden ingemetseld. Milsbeek groeide en bloeide en
“Milsbeek Vooruit” zag het levenslicht. Huisman-stenen en
Milsbeekse “pötjes”
vonden hun weg in heel Nederland. Zelfs “De Diepen” werd
ontgonnen. Het inwoneraantal groeide en de 4-klassige lagere
school werd in 1955 6-klassig en uitgebreid met een splinternieuwe
kleuterschool. Het 25 jarig bestaan van de kerk kon in dat jaar
dan ook feestelijk worden gevierd.
|
|
Pastoor
Versterren had, zo was in Maasbree al gebleken, zijn eigenaardigheden. Het was een boomlange kerel en had
zich daar ook al een aantal bijnamen verworven, zoals de zwarte
kapelaan, Don Camillo, de wilde Christus en de Hoge priester. De
wilde Christus was ongetwijfeld een verwijzing naar zijn lange
zwarte haren en zijn wat weinig verzorgde uiterlijk. Ook zijn toog
zag er onverzorgd uit. Het plakkerige goedje daarop zat verraadde
dat hij imker was. De naam hoge priester was ongetwijfeld een
verwijzing naar de wijze waarop hij zich voortbewoog op het enorme
hoge stalen ros. Fietsend legde hij enorme afstanden af. Na de H.
Mis vertrok hij zo met de fiets naar Maasbree of Roermond en was
hij dan weer op tijd bij Nellie terug voor het avondeten.
In
zijn doen en laten was hij een natuurmens. Hij begon de dag met
een koude douche en een ei met gebraden spek op roggebrood.
Uiteraard werd verder de honing van zijn geliefde bijen veelvuldig
gebruikt. Hij was biologisch tuinder, had een grote verzameling
oude vuurwapens en was een verwoed
fotograaf.
Over
de geloofsleer had hij heel behoudende opvattingen. Hij zag de
positie van een pastoor als boven de parochianen staand en
onaantastbaar. Vrouwen zonder hoofddeksel en korte kousjes hoorden
niet in de kerk thuis en werden door hem bij de communie ook
steevast over geslagen. Te laat komen kon niet door de beugel. Als
een begrafenisstoet niet op tijd bij het afhaalpunt was, maakte
hij met misdienaars en koor rechtsomkeer en begon met de uitvaart
zonder lijk. Bruidsparen die niet op tijd in de kerk verschenen
maakten maar een gedeelte van hun huwelijksmis mee. Hij ging zijn
eigen weg en stoorde zich niet aan de mening of reacties van zijn
parochianen. Nog een grote aanwinst wist de pastoor in het laatste
deel van zijn ambtsperiode te verwezenlijken. Dat was de aanschaf
van een orgel. Er werd een orgelfonds ingesteld en o.a. op
symbolische wijze pijpen verkocht. Het duurde langer dan in de
beginperiode maar het orgel kwam er. Maar er kwamen steeds meer
problemen. Ze kwamen er niet alleen met parochianen maar ook met
verenigingen, de school, het koor en het kerkbestuur. Begin jaren
zestig was er geen kerkmeester meer over. Er gingen verzoeken
richting Roermond om in te grijpen. Uiteindelijk kwam op het
verlossende bericht voor Milsbeek. Pastoor Versterren was in het
rustige Neerritter benoemd. Zijn vertrek uit Milsbeek werd met
“Auf wiedersehn “ vanuit het patronaat muziekaal
begeleid. Ook in Neeritter ging het niet goed. Hij klom van het
begin af aan in de pen tegen de teloorgang in het geloof. De grote
onvrede die er in hem leefde zal zeker hebben bij gedragen aan
zijn vroege dood. Nadat hij begin 1969 met emiraat was gegaan
vanwege een ernstige hartkwaal, stierf deze bijzondere pastoor op
5 april 1969.
|
|
Gérard
van de Loo naar Milsbeek
De
parochie Milsbeek bleef na het vertrek van Pastoor Versterren
ontregeld en stuurloos achter. In feite hadden de eerste
kerkmeesters vijfentwintig jaar lang op het pluche gezeten. Vanaf
1955 waren ze afgehaakt en vervangen. In 1962 trad het echter in
zijn geheel af. Er
was ook geen organist meer en ook het koor had voor het overgrote
deel het bijltje er bij neer gelegd.
De
zoektocht naar een nieuwe pastoor viel Bisschop Moors zwaar. Het
viel niet mee om een gegadigde voor Milsbeek te vinden.
Uiteindelijk had hij een kandidaat die graag wilde maar daar had
hij zelf zijn twijfels over. Het was n.l. iemand afkomstig uit de
moederparochie Ottersum, die daar nog samen met de Milsbekers naar
school was gegaan. Dat zou toch eigenlijk niet kunnen. Hij
raadpleegde Frans Huisman als vertrouweling uit het oude
kerkbestuur. Als oud-buurjongen kende hij de kandidaat heel goed
en hij gaf het advies “Laat die maar komen want die past hier
precies”. Zo kreeg Milsbeek de 47-jarige Gérard van de Loo als
nieuwe pastoor.
De
nieuwe pastoor had het, totdat er nieuwe kerkmeesters waren
benoemd, een half jaartje alleen voor het zeggen.
Frans Huisman, Leo Derks, Jan te Haaf, Harrie van Bergen,
Martien Driessen en Jan Kerkhoff werden uiteindelijk die nieuwe
kerkmeesters. Voor de nieuwe pastoor en de kerkmeesters was er
werk genoeg. Op het koor moest er orde op zaken worden gesteld.
Maar ook op school waren allerlei problemen en daar was het
kerkbestuur in die tijd nog volledig verantwoordelijk voor.
Milsbeek groeide snel en dat gaf zijn problemen ten aanzien van de
huisvesting van de school en het patronaat. De democratisering
vroeg op allerlei terreinen om aangepaste samenwerkingsvormen. De
eerste de beste vergadering van het nieuwe kerkbestuur op 3 mei
1963 werden er allerlei besluiten genomen om op tal van punten
orde op zaken te stellen.
Heel
belangrijk voor het verenigingsleven in Milsbeek was dat de nieuwe
pastoor een man was die tussen de parochianen in ging staan, het
verenigingsleven stimuleerde waar hij maar kon en met raad en daad
bij stond. Dat gold in het bijzonder voor de sportverenigingen
want sport, en met name voetbal, had een speciaal plekje in zijn
hart. In het bestuur van de voetbalvereniging ging zijn rol van
geestelijk adviseur heel ver. Hij was elke bestuursvergadering
aanwezig en had altijd het hoogste woord. Het hoogste
woord had hij ook langs de lijn. De grens- en
scheidrechters moesten het vaak ontgelden en dat gold ook de
trainer van de eigen club, want van spelers en opstellingen had
hij heel wat meer verstand. De pastoor schopte het zelfs tot lid
van de elftalcommissie en leider-coach van het 2e
elftal. Hij stond verder o.a. aan de wieg van de oprichting van de
gidsen, van SPES en de KBO. Kortom
Ottersummer Gérard van de Loo werd een echte Milsbeker die
20 jaar lang pastoor zou blijven
|
|
Roepingen
en missie vanuit Milsbeek
Pastoor
van de Loo nam, ter ondersteuning van de dorpelingen die in de
missie werkzaam waren, na zijn aantreden al snel het initiatief
voor de totstandkoming van een missiecomité. Al voordat Milsbeek
een parochie werd, had Milsbeek overigens al enkele roepingen
gehad die buiten Milsbeek het geloof gingen verkondigen. Siegbert
Laemers, zoon van Jan Laemers van de “Drie Kronen” was
voorzover bekend de eerste. Geboren in 1900, werd hij in 1924 tot
priester gewijd. Fanfare Crescendo bracht hem indertijd de
allereerste eerste serenade in haar jonge bestaan. Hij werd
vervolgens kapelaan in Well, in 1934 rector in Lomm
en in 1943 pastoor in Arcen waar hij overleed in 1953. De
andere was Jacobus Fleuren. Hij werd in 1911 in de Langstraat
geboren. Zijn ouders trokken in de twintiger jaren naar de Peel en
verkochten hun boerderij aan Wim Hoenselaar. In 1931 werd
Jacobus als pater Hornorius geprofest in het klooster van
de Passionisten in Mook. Hij gaf geschiedenisles aan het klein
seminarie in Haastrecht en het gymnasium in Mook. Later
ontwikkelde hij zich tot historicus van de Paters Passionisten.
Hij overleed in 1989. Maria Kerkhoff, dochter van Frans Kerkhoff
de smid, trad in 1940 als zuster Inviolanta toe tot de
Franciscanen in Asten. Zij vertrok in 1952 naar de missie in
Borneo en gaf daar heel veel jaren naailes aan de Indonesiers.
Anna Noij, dochter van melkboer “Frenske” Noij,
was in 1947 de volgende Milsbeekse die voor het
kloosterleven koos. Ook zij deed dat met de bedoeling om naar de
missie te gaan. Vanwege problemen met haar gezondheid werd dit
doel nooit werkelijkheid. Zij diende vanuit het kloosterleven de
gemeenschap als ziekenverzorgster. Als zuster Marie Francien maakt
zij nog steeds deel uit van de kloostergemeenschap van de Kleine
zusters in Heerlen. Dora Hoenselaar,
de eerste kleuterjuf van de bewaarschool,
trad
daarna in bij de Passionistinnen in Mook. Vanuit het
klooster in Mook gaf zij als zuster Michaëla nog geruime tijd les
aan de Mookse kleuters. Haar wens om naar de Missie te gaan ging
wel in vervulling. In Brazilie kwam ze aanvankelijk ook weer in
het kleuteronderwijs terecht. Later werkte ze er met
gehandicapten. Sinds vorig jaar woont ze
bij de Paters van de Heilige Geest in Gennep waar zij
binnenkort haar 50-jarig professiefeest hoopt te vieren. Latere
datum kent Milsbeek nog enkele missiebroeders. Dat zijn Harrie
Stoffelen en Joep ten Haaf. Van deze
twee is Harrie Stoffelen nog steeds in de missie werkzaam.
Na een opleiding via de Missievakschool van de Monfortanen in
Valkenburg vertrok hij in 1967 naar Malawi. Als no. 82 werd hij
daar toen de jongste zendeling van de orde. Anno 2005 is Harrie
met zijn 58 jaar er nog steeds de jongste maar nu als een van 4
die er nog actief zijn. Het Milsbeekse missiecomite functioneert
anno 2005 nog steeds. Eén keer per jaar gaan de collectanten in
Milsbeek nog van deur tot deur voor ontwikkelingswerk vanuit
Milsbeek.
|
|
Een
nieuw huis voor de gemeenschap
Onder
Pastoor Hoefnagels was in 1932 het patronaat tot stand gekomen.
Vele jaren vervulde het een uitstekende rol voor de Milsbeekse
gemeenschap. Maar door de grote groei werd het eind vijftiger
jaren te klein. In het tijdperk Versterren kreeg architect Coumans
opdracht een schetsplan voor de uitbreiding te maken. Later in
1958 werden er plannen gesmeed om het bestaande patronaat om te
vormen tot een gemeenschapshuis naar Mooks model. Via architect
Van Bergen werden de Mookse statuten als voorbeeld ingebracht voor
de oprichting van een
stichting. De waarde van het patronaat zou de
inbreng van de parochie zijn. Het werd daarvoor getaxeerd
op f 14.215,--.
Het leidde allemaal tot niets.
Pastoor
van de Loo blies de plannen na zijn komst weer nieuw leven in. Op
initiatief van kerkmeester en stichtingsvoorzitter Frans Huisman
werd er in 1963 daadwerkelijk naar de notaris gegaan voor de
oprichting van een stichting. De kerk gaf f 6000,-- als
startkapitaal en Huisman zelf deed er f 4000,-- bij. Voor f
3000,-- wordt de naast gelegen grond waar Toon Rutten (Karrong)
woonde gekocht. Om het benodigde startkapitaal bijeen te
krijgen werd er op initiatief van pastoor van de Loo de aktie
G-slag in Milsbeek gehouden. Het bracht f 12.000,-- op. Daarmee
was het benodigde eigen kapitaal bij elkaar. Architect Lerou had
inmiddels een bouwplan gemaakt en in 1966 kwam de toezegging voor
de benodigde subsidie. De bouw werd aanbesteed bij Jos de Haan
voor een bedrag van 163.300,-- . Oud-burgemeester Janssen, die
zich zeer voor de komst van het gemeenschapshuis had ingespannen,
kon de eerste steenlegging niet meer meemaken omdat hij inmiddels
was overleden. Mevr. Janssen-Leenen mocht in zijn plaats de eerste
steen leggen. De opening was op 20 april 1968. Voor de naam werd
een prijsvraag uitgeschreven. Mevr. Janssen-Derksen (Lies van
Wevers Gert) werd de winnares met de naam “Trefpunt 68”.
De stichting werd omgezet in een exploitatiestichting
waarvan Sjef van Bercken de eerste voorzitter werd. Jan Janssen
werd uit 5 kandidaten de beheerder. Zijn bijnaam luidde vanaf die
tijd niet meer Jan den Klompenmaker maar Jan van het
gemeenschapshuis. Het gemeenschapshuis trof in hem een
voortreffelijke beheerder die zijn zaakjes goed op orde had en aan
de basis stond van een aantal verbeteringen. In 1972 werd een
rechtervleugel aan gebouwd en in 1976
een linkervleugel met er achter een jeugdhonk. In 1991
werden de pilasters in de zaal verwijderd en de gehele
ingangspartij met toiletten gemoderniseerd. Waar vele
gemeenschapshuizen financiële problemen hadden, werd het in
Milsbeek een geweldig succes. Ook velen van buiten Milsbeek
vierden er hun feestje. De gekozen commerciële formule betekende
uiteindelijk het einde als gemeenschapshuis. In 2002 verkocht de
Stichting het pand aan Clara van der Valk. Door het bestuur werden
afspraken gemaakt voor het toekomstig gebruik door de Milsbeekse
verenigingen. Zij kregen ook een aardige donatie. Clara heeft
inmiddels het zalencomplex alweer uitgebreid en gemoderniseerd.
|
|
Loskoppeling
kerk en school
Pastoor
van de Loo zag zich in het begin van de zestiger jaren
geconfronteerd met een losser wordende band tussen kerk en school.
Zo lezen we in 1963 dat het personeel van de school zich niet meer
geroepen voelt om het kerkbezoek van de schoolgaande kinderen te
reguleren en in H. Missen daar bij te gaan zitten. Met de komst
van een oudercomité is er inmiddels ook gedemocratiseerd. De
verantwoordelijkheid van het kerkbestuur voor de gebouwen en
personeel van de school bleef nog een tijdje in stand. Vooral het
personeelsbeleid en alles wat daar mee te maken had baarde het
kerkbestuur herhaaldelijk zorgen. Ook de onderhoudstoestand en
beschikbare ruimte deden dat. Het oude in1931 gebouwde deel van de
school was begin zestiger jaren aan een grondige
onderhoudsbeurt toe. En de sterke groei van het dorp had uiteraard
ook voor de grootte van de school gevolgen. Architect van Bergen
uit Mook werd in 1965 ingeschakeld om een uitbreidingsplan te
maken maar de inspecteur van het onderwijs aanvankelijk dwars. In
1966, Milsbeek telt dan 400 gezinnen,
kan er aanbesteed worden. Het aantal leerkrachten wordt
uitgebreid tot 7. Het is het laatste grote project dat nog door
het kerk- en school bestuur wordt gerealiseerd. In juni 1968 wordt
besloten tot oprichting van een stichting Scholengemeenschap
Milsbeek met een eigen bestuur. Er wordt nog wel over het graf
geregeerd. In de akte van overdracht wordt overeen gekomen dat er
een nieuwe kleuterschool gerealiseerd moet worden. Die komt 3 jaar
later gereed. De opening ging niet zoals in 1954 vooraf met een
plechtig lof. Wel werd de school door Pastoor van Loo ingezegend.
De kleuterschool kreeg ook een naam en wel “De vlaggehut”, een
verwijzing naar de plaggenhut van de arme turfsteker “Net as ok”
die
hier voor de bouw van een kerk en school woonde. Milsbeek
bleef maar groeien en de school kampte elke keer opnieuw met
ruimtetekort. In 1973, 1974 en 1980 kwamen er uitbreidingen met
(nood)lokalen. Rond 1975 beleefde de school nog een woelige
periode. Er kwam een initiatief tot stichting van lager onderwijs
op algemene grondslag. Het ging er heftig aan toe. Milsbeek was
even verdeeld in twee kampen, het ene was voor, het andere tegen.
Maar uiteindelijk werd er toch gezamenlijk met één school verder
gegaan. In die tijd werd de school uitgebreid met een eigen
gymzaal, waardoor er geen gebruik meer behoefde te worden gemaakt
van het gemeenschapshuis.
Op initiatief van het oudercomité werd in 1984 in eigen
beheer op het terrein opzij en achter de school een prachtige
speelplaats gemaakt. In 1995 smolten kleuterschool en lagere
school samen tot de basisschool. Er werd ook
een nieuwe naam bedacht, n.l. “De Drie vijvers”, een
cultuurwerk op de heuvelrug dat deel uitmaakte van het voormalige
herenhuis “De St Jansberg”. Sinds 1995 heeft Milsbeek geen
eigen schoolbestuur meer maar valt de school onder de Stichting
Katholiek Onderwijs “Maas en Niers.”.
|
|
Een
groot Milsbeker
Pastoor
v.d. Loo werd de pastoor met de langste staat van dienst in
Milsbeek. In 1982 ging hij na een verblijf van zo’n 20 jaar met
emiraat Hij vestigde zich buiten Milsbeek, eerst in Gennep en later
in Roermond, maar bleef Milsbeker. Er kon en werd ook nog vele
jaren een beroep op hem gedaan. Hij “scheurde” dan ook nog
vaak naar Milsbeek en bleef heel erg mee leven met het wel en wee
van de Milsbekers en het Milsbeekse verenigingsleven. In 1970
mocht hij in Milsbeek het 40 jarig bestaan van de parochie mee
vieren en 10 jaar later het gouden jubileum. Ook persoonlijk
vierde hij feestjes met de Milsberkers. In 1966 werd zijn zilveren
priesterfeest gevierd. In 1981 was het 40 jaar geleden dat hij tot
priester werd gewijd. 1975 werd er tussendoor een feestje gevierd
omdat hij 12 ½ jaar
pastoor was in Milsbeek. Maar ook na zijn vertrek uit Milsbeek
bleef hij voor de feestjes terug komen in Milsbeek. In 1991 werd
in zijn “eigen” gemeenschapshuis zijn 50 jarig priesterfeest
gevierd. Hij beleefde zelfs nog het moment dat hij 60 jaar
priester was. Pastoor van de Loo kreeg tijdens zijn pastoraat te
maken met een verdubbeling van het aantal inwoners in Milsbeek.
Maar ook met een veranderende kerk en maatschappij. In 1968 deed
de parochieraad zijn intrede in Milsbeek. En, zoals we in de
vorige aflevering al zagen, veranderden
ook verhouding tussen kerk en school. Hij toonde zich iemand die
zich goed aan veranderende omstandigheden wist aan te passen.
Meisjes mochten voortaan ook misdienaar worden. In 1975 werd
Milsbeek ook de eerste parochie in Limburg met vrouwelijke
kerkmeesters ( Mevr. Ten Horn en Mevr. Van Bergen). Een knap
staaltje werk want niemand minder dan bisschop Gijsen moest
hiervoor “om”. Het duo van de Loo/ Huisman kreeg het voor
elkaar. In materieel opzicht vonden een aantal veranderingen aan
de kerk plaats. Zo werd er in 1963 een geluidsinstallatie in de
kerk aan gelegd en er kwam er een luidinstallatie. De klokken
brachten hun boodschap voortaan over Milsbeek zonder dat er aan
het touw getrokken behoefde te worden. Tijdens het gouden jubileum
van de parochie werd er geld ingezameld voor het vervangen van de
eerste serie glas-in-loodramen in de dwarsschip van de kerk. Het
werd een eigentijdse uitvoering naar een ontwerp van de Gennepse
kunstenaar Richard Smeets. Pastoor stelde vervolgens voor zijn 40
jarig priesterschap niet te vieren maar daarvoor in de plaats ook
de tweede raampartij te vervangen. Het kerkgebouw werd ook iets
groter. Door de buitendeur van de hoofdingang te verplaatsen en
een tochtportaal te maken en door aan de overzijde van de
sacristie een werkruimte te maken. Maar zijn grote verdiensten
lagen toch op een ander vlak. Hij was de smeerolie van het
Milsbeekse verenigingsleven en activeerde en stimuleerde dit waar
hij maar kon. Het maakte hem tot een groot Milsbeker. In 2001
overleed hij in op 86-jarige leeftijd. Conform zijn wens werd hij
op het Milsbeekse kerkhof begraven naast zijn helaas veel te vroeg
overleden opvolger.
|
|
Gérard
v.d. Loo zou zichzelf niet zijn geweest als hij niet persoonlijk
zijn opvolging zou hebben geregeld. Hij wist wat Milsbeek nodig
had en had zelf een gegadigde gezocht die er prima zou passen en
graag naar Milsbeek wilde. Voordat hij zijn ontslagbrief indiende
had hij dit dan ook in “Roermond”
geregeld. Het benoemingsbeleid was daar inmiddels
gedemocratiseerd. Er werd een delegatie uit Milsbeek uitgenodigd
om de opvolging te bespreken. De indruk was dat gevraagd zou
worden of men akkoord kon gaan met het voorstel van Pastoor v.d.
Loo. Maar zover bleek het democratisch proces nog niet te zijn. Er
mocht alleen maar een profiel worden geschetst. De Milsbekers
snapten het niet maar kweten zich zo goed mogelijk van hun taak.
Het ontlokte aan de andere kant van de tafel de opmerking dat het
er op leek dat de Milsbekers een maatschappelijk werker zochten in
plaats van iemand die goed het geloof van God goed kon
verkondigen. Maar alles kwam toch op zijn pootjes terecht zoals de
gewiekste Gérard van de Loo het had bedacht
voor Milsbeek. Bergenaar Ben van Dijck werd de 5e
pastoor van Milsbeek. En Gerard v.d. Loo had het goed gezien. De
boerenzoon uit Bergen werd een pastoor die midden tussen de
Milsbekers in stond en het in de Milsbeekse gemeenschap heel erg
naar de zin had.Tegen de mensen die nog tegen een pastoor op keken
zij hij steevast “ik ben ôk mar unne gewone Bergse jong”. Als
pastoor wilde hij de weg op van een vernieuwende kerk. Daarbij
trof het niet dat van bovenaf juist “de weg terug” werd in
geslagen. Hij kreeg te maken met de ontkerkelijking en sprak er
zijn dorpsgenoten op zijn manier op aan.
Zoals de boer die zich verdedigde met “ik moet dan altijd
de koeien melken”. “Als jij naar de kerk gaat melk ik de
koeien wel ” bood hij aan. Zo kon de boer naar de H.Mis en de
boerenzoon weer eens koeien melken. Al snel werd op zijn voorstel
het eerste exemplaar van een eigen parochieblad gedrukt om kerk en
inwoners dichter bij elkaar te brengen. Maar het tij was niet te
keren en het aantal diensten op de zondagen werd eerst van 3 naar
2 en vervolgens naar een terug gebracht. Ook kwam er een tekort
aan priesters. Op voorstel van Pastoor van Dijck werd aansluiting
gezocht bij de al in gang gezette samenwerking van de 3
M-parochies aan de noordkant. Later sloten ook Ottersum en
Ven-Zelderheide zich daarbij aan. Zo werd het VOMMMM een feit.
Tijdens zijn pastoraat deden ook de vrijwilligers meer en meer hun
intrede in de kerk. De avondmis voor een overledene werd een door
leken geleide avondwake. Het kerkgebouw zelf onderging niet veel
verandering maar het onderhoud eiste steeds meer inspanning. Qua
interieur werd de de kerktelefoon gerealiseerd werd de houten
beeldengroep van uit een af te breken klooster naar Milsbeek
gehaald. Op het kerkhof werd een urnenhoek gerealiseerd. Begin
jaren negentig ging zijn verslechterende gezondheid een rol spelen
in het leven van de altijd goedlachse en meest humoristische
pastoor die Milsbeek ooit had. Veel te vroeg overleed hij op
57-jarige leeftijd.
|
|
Uit
alle macht werd er na het overlijden van pastoor van Dijck
geprobeerd om een nieuwe pastoor benoemd te krijgen. Er werd zelfs
een keer een concreet voorstel richting Roermond gestuurd. Het
mocht niet baten. Er kwam een pastoorloos tijdperk van bijna 13
jaar. Milsbeek werd een proeftuin voor de parochies die nog zouden
volgen. Er werden noodmaatregelen getroffen. Aalmoezenier Linssen,
die al sedert 1976 als het nodig was assisteerde in de parochie,
werd bereid gevonden een groter deel van het pastorale werk te
doen. Ook de
buurtpastores van de parochies waarmee pastoor van Dijck het
samenwerkingsverband was gestart, boden hulp. Pastoor Scheffers
uit Middelaar werd benoemd tot vicaris administrator en na zijn
dood in 1996 werd hij opgevolgd door Pastoor Paquay uit Ottersum.
Zij waren daarmee naar de bisschop toe bestuurlijk
verantwoordelijk en leidden de vergaderingen van het kerkbestuur.
Nelly Keukens werd op de pastorie het centrale aanspreekpunt voor
de parochianen en verzorgt het secretariaat en het kosterschap. En
dan waren er natuurlijk de vele vrijwilligers die een steeds
groter aandeel kregen in het werk dat moest gebeuren. De
liturgiegroep van leken, die al door pastoor van Dijck was
ingesteld, sprong uitdrukkelijk in het gat dat was ontstaan. De
woord- communievieringen, kerkdiensten zonder dat er een priester
aan te pas kwam, werden ingevoerd. Er ontstond een
solidariteitsgevoel en zeker in het begin verhoogde het de
deelname aan de diensten. Naar de parochianen toe ontpopte “de
aalmoezenier” zich als iemand die de Milsbekers het gevoel gaf
dat ze toch een pastoor hadden. Hij was er als er behoefte was aan
geestelijke hulp en verleende die, aangepast op de wijze waarop
hij die invoelde, op voortreffelijke wijze. Verder werd er via het
samenwerkingsverband met wisselend succes geëxperimenteerd met
pastoraal werkers. Intussen bleef natuurlijk ook het kerkgebouw de
aandacht vragen. Steeds meer deed dat het noodzakelijke onderhoud
aan het ouder wordende kerkgebouw.
Maar er waren ook gedachten over wijzigingen van het
interieur en een andere indeling in de kerk. Het werd een slepende
discussie die vanaf 1995 de gemoederen bezig hield. In 1999 werden
de kosten van het plan berekend f 410.000,--. Alleen al daarom kon
het niet gerealiseerd worden. Uiteindelijk kwamen er in 2004
enkele ideeën tot uitvoering, t.w. een andere inrichting van het
liturgisch centrum (priesterkoor) en de inrichting van een
Mariakapel. Verder werd er in het VOMMMM de discussie gevoerd
“hoe nu verder”. Er verscheen een rapport “Van zessen
klaar”. De aanvankelijke fusie-gedachte
maakte uiteindelijk plaats voor een Unie-gedachte met
onafhankelijk blijvende parochies. Het heeft er toe geleid dat de
parochie Milsbeek met ingang van 1 januari j.l. met Rene Schols
weer (deel)pastoor
heeft gekregen. Vijfenzeventig jaar na dato heeft het
jubileumjaar, eens te meer geleerd de parochie en gemeenschap
Milsbeek een dorp vormen waarin het fijn is om in te leven.
|
|
|
|