Publicaties
Bibliografie van Milsbeek

Op deze pagina staan de titels en auteurs van de naslagwerken welke gebruikt zijn bij het maken van deze site. Ook kunt u hier een reeks publicaties in verband met het jubileum terugvinden. 

Voor deze website gebruikte naslagwerken

 

In verband met het jubileum publiceerde Wim Bindels in 2005 met enige regelmaat stukjes in de lokale media (Maas en Niersbode). Deze stukjes over de geschiedenis van Milsbeek zijn, na verschijning in de media, ook hier terug te vinden. Om deze pagina niet te lang en traag te maken, zijn de eerste stukjes op een andere pagina gezet. De links werken wel.

Geen dorp

Dorpsvorming

De naam Milsbeek

De onafhankelijkheidsstrijd

Ook een school

De plek voor kerk en school

De hand aan de schop

Wie zal dat betalen?

Het eerste kerkbestuur

De architectuur

De aannemers aan het werk

In Milsbeek naar school

De kerk van binnen

Een koster-organist gezocht

Feest in Milsbeek

De eerste sacramenten

Het Kerkhof

Het Patronaat

Hoog bezoek

Pastoor Hoefnagels

Een nieuwe pastoor

Oorlogsleed

Een bewaarschool in Milsbeek

Parochie en verenigingsleven

Milsbeek groeit en bloeit

Problemen in de parochie

Gérard van de Loo naar Milsbeek

Roepingen en missie vanuit Milsbeek

Een nieuw huis voor de gemeenschap

Loskoppeling kerk en school

Een groot Milsbeker

Pastoor Ben van Dijck

Een pastoorloos tijdperk (slot)

 

Elders op deze website staat ook nog een stukje geschreven voor het 50-jarig jubileum in 1980 in het Aald Milsbeks.

Voor deze website gebruikte naslagwerken:

 

Aymans, G., P. Burggraaff en W. Jansen, De regio Gennep aan de ketting (1731-1732), 1988.

 

Bindels, W., Jubileumuitgave "Gouden Huis", 50 jaar parochie Milsbeek, 1930-1980, 1980.

 

Dinter, W. van, De nadagen en de teloorgang van Het Genneperhuis (1641-1998), 1998 .

 

Dinter, W. van, Straatnamen van de gemeente Gennep verklaard en toegelicht, 2003.

 

Driessen, pastoor Th. W. J., Gedenkboek 100 jaar Dekenaat Gennep 1862-1962., 1962.

 

Ten Haaf, P., M. Janssen, E. Janssen en T. Huizinga, Schuttersgilde St. Lambertus 50 jaar, 2004.

 

Theunissen, G., J. v.d. Hoogen en W. Bindels, De alde Milsbèk, 1987.

 

Recente publicaties van Wim Bindels in het kader van Milsbeek 75 jaar:

De eerste delen (Oprichting en bouwvoorbereidingen)

Hoog bezoek

In januari 1932 was de kerk ingezegend. Maar een kerk moet ook  geconsacreerd worden. Het hoogtepunt is de wijding van de grote tafel (het altaar) met een reliek (relikwie). In 1933 werd besloten Mgr. Lemmens te vragen hiervoor naar Milsbeek te komen om “den hoogsten kroon op den tempel te zetten”. De 2e zondag van september in 1934 reisde hij af naar Milsbeek.

Er werd weer volop versierd. Architect Coumans werd zelfs van stal gehaald om de regie te voeren. Kerkmeester Coenen zorgde via Baron van Verschuer voor 25 bomen uit het bos. De rest van het hout werd besteld bij Driekus Lemmen. De Bisschop zou bij de Zwarteweg worden afgehaald.  Duidelijk was dat het weer een groot feest moest worden op de Milsbeek.

Ook de Gennepse Courant was uiteraard weer van de partij .Er was meer aandacht voor het in het water gevallen bezoek van de bisschop dan voor de consacrering zelf.  “Vanuit de verte  lacht de  bonte smaakvolle versiering  van de huizen en wegen ons reeds toe en  naderbij komend ontdekken we  dat er ijverig is gewerkt is moeten worden om zo een bisschop te ontvangen” zo schreef de krant.

Jammer was het dat de bisschop er nauwelijks van kon genieten. De oorzaak was de ongenietbaarheid van Pluvius. De krant verhaalt: “Daar scheurt zich het uitspansel vaneen, onstuimig jachten de laag hangende wolkenslierten zich voort, een natuurchaos is losgebroken. Milsbeek ziet zich in een waterlandschap herschapen”. Het regent zegt men maar dan op een manier die niet beschrijven is, of we zouden het de man in sportkostuum na moeten zeggen die beweerde dat de Maas boven onze hoofden neer plaste. De bloemhulde die voorzien was viel volledig in het water. “Die van bovenuit uit de ereboog viel gelukkig nog eerst boven op de talloze parapluis” schrijft de krant. Maar vadertje-bisschop was toch ontroerd over alles wat hij aantrof. Hij sprak: “Ondanks den regen ben ik blijde naar hier gekomen om te zien hoe mijne kinderen in het uithoeksken van Limburg hun vader lief hebben.” De bisschop had zich goed voorbereid. Toen het maar niet op wilde klaren zei hij tegen een parochiaan wiens zoontje hij tegen de wangen klapte op zien Milbèks : “nog mar efkes wachte”.

Na de in het water gevallen ontvangst en een pontificaal lof, werd eerst het patronaat ingezegend. De consecratie van de kerk vond op maandag plaats.

Nog steeds is niet geheel duidelijk welke reliek van welke heilige indertijd is in gemetseld. Bij de herinrichting van de kerk in 2004 zijn wel 2 reliekhouders gevonden. Een van  het Heilig Kruis, afkomstig uit het bisdom Brugge, en een van Theresia van Lisieux. Chris Janssen zoekt het uit.

Pastoor Hoefnagels

De in Griendtsveen geboren Ludovicus Hoefnagels is als bouwpastoor al herhaaldelijk in beeld geweest. Met een goed zakelijk inzicht heeft hij de parochie Milsbeek in de beginjaren geleid. Zijn idee om de kerk niet aan de Zwarteweg te bouwen maar achter de aanvankelijk beoogde bouwlokatie een met wat hakhout begroeide zandduin te kopen en daarop de kerk en de school te bouwen, was een gouden greep. De overtollige grond werd verkocht als bouwterrein. Hij loodste de parochie hiermee financieel goed door de beroerde crisisjaren.

Hij was verder een pastoor die veel met de patronaatjongens en de Jonge Wacht  optrok. Van hem ging de stimulans uit die leidde tot de oprichting van de toneelvereniging ONA. Ook de fanfare droeg hij een warm hart toe. Hij maakte de grote bloei mee en smaakte het genoegen ze in 1935 de promotie naar de 1e klasse en in 1938 naar de ereafdeling te kunnen feliciteren.

Er was in de crisis- en oorlogsjaren weinig ruimte voor verfraaiingen aan de kerk. Een uitzondering vormde de opdracht in 1938 aan de bekende Heumense kunstenaar Jac Maris om uit een al tijdens de bouw ingemetseld betonblok voor f 450,-- een beeld van Maria van Altijddurende bijstand te kappen. In de oorlog moest hij toezien hoe de grote kerkklok door de Duitsers werd weggevoerd voor de 200 kg koper die er aan zat. In maart 19 44 kwam hij in het kerkbestuur met het voorstel om het harmonium dat de kerk rijk was te vervangen door een orgel en de oude kruisweg door een nieuwe. Kort daarop moest er geëvacueerd worden en kwam er van deze ideeën voorlopig niets terecht

In 1941 kreeg hij de steun van een kapelaan, de enige die de parochie ooit heeft gehad.  Dat was de in Middelaar geboren en in dat jaar tot priester gewijde “Pater” Verheijen.

Met een aantal andere Milsbekers verbleef Pastoor Hoefnagels tijdens de evacuatie in Werkhoven. Elke zondagmorgen om 7.00 uur droeg hij daar de H. Mis op en aan de Milsbeekse kinderen gaf hij in de kerk catechismusles.

Na terugkomst van de evacuatie in mei 1945 trof hij in Milsbeek een redelijk zwaar beschadigde kerk aan. De toren had wonder boven wonder weinig geleden. Er werd wat bruikbaar interieur naar het patronaat gesleept en daar werden de eerste diensten weer gehouden. Hij verzorgde vervolgens nog het eerste herstel van de kerk maar vertrok in september al op eigen verzoek naar Wanssum. Hier was de kerk volledig verwoest en moest een hele nieuwe komen. Met zijn schoolvriend architect Jean Coumans bouwde hij die op een nieuwe plek. In 1956 vertrok hij naar Grubbenvorst en in 1964 ging hij met emiraat en vertrok hij naar Deurne.

In  1968 was deze grote kleine man als eregast nog in Milsbeek present bij de opening van het gemeenschapshuis. In 1972 overleed hij op 77-jarige leeftijd.

 

Een nieuwe pastoor

Na het vertrek van pastoor Hoefnagels moest er een nieuwe pastoor komen. Weliswaar was kapelaan Verheijen er nog, maar die had niet de intentie om pastoor in een parochie te worden. Hij wilde naar de missie en vertrok in februari 1946 naar Afrika.  

De nieuwe pastoor werd wel een streekgenoot, n.l. de  in Heijen op de grens met Hommersom geboren Jac Reintjes. Op 21 maart 1931 was hij tot priester gewijd en vervolgens rector op Maria Roepaan en kapelaan in Heythuysen geweest. Op zondag 28 oktober 1945 werd hij geïnstalleerd.

Naast het uitoefenen van de zielzorg, kreeg hij uitdrukkelijke de taak om het herstel van kerk, pastorie, patronaat en school te begeleiden. Architect Coumans had daar ook weer zijn rol in. Vooral het priesterkoor met altaar en het gewelf daarboven had zware oorlogschade. Ook de pastorie was flink gehavend. Tengevolge van het laten springen van de brandkast was er een groot gat in een van de gevels geslagen. Volgens een verslag zo groot “dat er wel een koe doorheen kon”.

In april 1946 worden de plannen in het kerkbestuur besproken. “Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om het priesterkoor te verhogen en te verfraaien. Het werd daarna opnieuw geconsacreerd.

Het herstel van alle kerkelijke gebouwen vergde f 70.000,--. Gedeeltelijk werden de kosten door het rijk en het bisdom vergoed maar gedeeltelijk moest de kerk er zelf voor opdraaien. Gelukkig kon er uit het “grondbedrijf” van zijn voorganger nog steeds grond worden verkocht. Langs de Kerkstraat, de Pastoor Hoefnagelstraat, de Zwarteweg en de Schoolstraat werden allerlei stroken en kavels verkocht voor de wederopbouw van het dorp. Het verzoek om het perceeltje tussen kapper Hubbers en bakker Van den Hoogen te kopen werd echter uitdrukkelijk afgewezen. Het werd gereserveerd voor een kapelanij. Kapelaan Verheijen bleef echter de enige kapelaan die Milsbeek ooit had.

Er kwamen ook volop wijzigingen in het personeelsbestand van de school. Schoolhoofd Wim Hendrickx vertrok december 1945. Wim Janssen uit Afferden werd zijn opvolger

Pastoor Reintjes was nog kleiner van stuk dan zijn voorganger maar een ijverig en pittig manneke die wist wat hij wilde en daar dan vervolgens ook niet gemakkelijk meer van af te brengen was.

Hij kwam uit een muzikale familie en droeg de fanfare en het zangkoor een warm hart toe. Stammend uit een boerengezin hadden ook de jonge boeren een bijzonder plekje in zijn hart. Onder zijn stimulerende invloed werd dit een bloeiende vereniging.

Zijn verblijf in Milsbeek duurde maar kort. Al in september 1948 vertrok hij naar Siebengewald. Daar wachtte hem de klus om een geheel nieuwe kerk te bouwen. Hij overleed er op 20 september 1980 op 74-jarige leeftijd.

Oorlogsleed

Het dorp en de parochie Milsbeek hadden niet alleen te maken met materiele schade. Zowel onder de bevrijders als de parochianen vielen er veel doden. Toen de inwoners vanaf mei bij groepjes terugkeerden in Milsbeek, ontdekten ze achter hun eigen kerkhof de offers die de bevrijders hadden gebracht.

De operatie Market Garden, die op 17 september 1944 startte, hadden de Milsbekers nog van dichtbij mee gemaakt. Enkele gliders waren zelfs nog in het dorp terecht gekomen. Het front bleef steken aan de noord-westgrens . Milsbeek werd net geen bevrijd gebied en moest in oktober 1944 op last van de Duitsers evacueren. Op 8 februari 1945 begon de slag om het Reichswald. Die strijd werd gevoerd door een versterkt Brits legercorps. De slag, die 10 dagen duurde, heeft aan 6000 man het leven gekost. Een deel daarvan, ruim 200,  is in Milsbeek begraven op wat het “Engels” kerkhof genoemd wordt. Jaarlijks wordt er op 4 mei nog bij de slachtoffers stil gestaan.

Maar ook een aantal parochianen liet het leven tijdens de oorlog. Het waren er in totaal 20. In de periode van mei 1940 tot september 1944,  waarin Milsbeek bezet was door de Duitsers,  kwamen er 2 inwoners als gevolg van bombardementen om het leven. Ze waren op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Jan Grutters bij famillie in Lutterade en Frans Kerkhoff op school in Nijmegen bij het bombardement van die stad op 22 februari 1944 .

De gevechten die er na Market Garden tussen de bevrijdingstroepen en de bezetters uitbraken en letterlijk over de hoofden van o.a. de Milsbekers werden uit gevochten, kostten 9 inwoners het leven. Ze werden, ondanks de vele schuilkelders die waren gebouwd, het slachtoffer van granaten die in Milsbeek terecht kwamen. De zwartste dag was 23 september 1944. Als gevolg van een granaatinslag bij de Zwarteweg  lieten uiteindelijk 5 inwoners, waaronder 3 leden van de familie Janssen op de hoek Zwarteweg/Langstraat, het leven.  

Ook de evacuatie eiste zijn tol. Twee leden van het gezin Thissen uit de Bloemenstraat, die hun heil hadden gezocht bij familie in het Duitse Keppeln, kwamen bij een bombardement om. 

Terug gekeerd van de evacuatie kwamen nog eens 7 inwoners om. Het zwaarst werden daarbij de families Gerrits en Franken van de Onderkant getroffen  Toen de familie Gerrits bij terugkomst de deur van hun huis open maakte, ontplofte er een mijn. Twee leden van die familie, een buurmeisje en degene die hen vanuit Werkhoven met kar en paard naar Milsbeek had terug gebracht, kwamen om.

Bij 2 ongelukken met oorlogstuig kwamen in totaal  4 leden van de familie Franken om het leven. In 1950 werd op het punt van samenkomst van de Kerkstraat met de Langstraat een herdenkingsmonument voor alle Milsbeekse slachtoffers en Kees de Bruin uit Werkhoven opgericht.

Een bewaarschool in Milsbeek

Alle kinderen die 6 jaar oud waren konden naar school in Milsbeek Voor degenen die jonger waren was er geen plek. Bij de zusters aan het Stepke  in Ottersum was er  een bewaarschool. Maar slechts door een enkeling uit Milsbeek werd daar gebruik van gemaakt.

In Milsbeek groeide het verlangen naar een eigen bewaarschool. Pastoor Reintjes nam uiteindelijk het initiatief. De in 1931 gebouwde 4-klassige school bood er echter geen ruimte voor. In 1948 wordt in het kerkbestuur, waarvan de in de Langstraat woonachtige landbouwer Wim Hoenselaar al sinds de oprichting lid was,  de mogelijkheid besproken om zijn vrijkomende noodwoning daarvoor te gaan gebruiken. Hoenselaar deelt op 19 juli mee dat hij van boerderijbouw bericht heeft gekregen dat hij ze kan kopen voor f 1500,--. Het kerkbestuur vraagt hem dit te doen,  waarna ze zal worden gehuurd voor een Milsbeekse bewaarschool.

Ook voor de personele bezetting had Hoenselaar een oplossing voorhanden. Dat was zijn dochter Dora, de 3e van de 11 kinderen in huize Hoenselaar. Ze wilde eigenlijk de verpleging in maar voor de frêle Dora werd dat te zwaar geacht. Leidster op een op te richten bewaarschool was een goed en naast de deur gelegen alternatief. Zij ging bij de zusters van liefde in Gennep stage lopen.

In 1948 ging midden in een schoolseizoen een eigen Milsbeekse bewaarschool van start. Het nog bruikbare deel van het oude schoolmeubilair en wat speelmateriaal was al op de pastorie opgeslagen. De banken werden geel geverfd en zagen er gloednieuw uit. Er werd begonnen met 22 kinderen en Dora ging f 50,-- per maand verdienen. Ook op zaterdag werd er naar school gegaan. Dora moest dan wel zelf naar school maar moeder Door paste dan op de binnenplaats van de boerderij wel op de kinderen.

Op 15 maart 1949 komen de financiële consequenties in het kerkbestuur aan de orde. In het 1948 hebben ze een bedrag belopen van hfl. 752,27. Besloten wordt die als oprichtingskosten te zullen beschouwen en ze in zijn geheel voor rekening van het kerkbestuur te nemen. Verder wordt besloten dat de bewaarschool per 1 januari 1949 onder het schoolbestuur zal gaan vallen. Het kerkbestuur (tevens schoolbestuur) zal de school een subsidie van f 400,-- per jaar toekennen.

In 1956 verhuist de toen inmiddels tot kleuterschool gepromoveerde school naar het uitgebreide schoolgebouw aan de Schoolstraat. Juffrouw Hoenselaar was inmiddels opgevolgd door Joke Poelen. Zij had er in 1953 n.l. voor gekozen om kloosterling te worden en was toe getreden tot de orde van de Passionistinnen in Mook. Ook als kloosterling kwam zij na een aantal jaren toch weer in het kleuteronderwijs terecht, eerst in Katwijk en later in Mook. In 1967 vertrok ze als zuster  Michaëla naar de missie in Brazilië.

 

Parochie en verenigingsleven

 

De RK parochie drukte niet alleen haar stempel op het onderwijs. Allerlei maatschappelijke organisaties en verenigingen droegen een katholiek keurmerk. Uiteraard waren dat de organisaties die rechtstreeks aan het kerkelijk gebeuren waren gelieerd zoals de Heilige Familie, het kerkelijk zangkoor en de plaatselijke afdeling van de Stille Omgang. Op maatschappelijk terrein werd in het patronaat het jeugdwerk gestimuleerd en begeleid. Er een plaatselijk Kerkelijk Armbestuur met een kredietbank opgericht voor hulp aan hulpbehoevende Milsbekers. In het patronaat kwam er een Parochiële bibliotheek .

De pastoors namen verder via het geestelijk adviseurschap hun rol in het Milsbeekse verenigingsleven. De wijze van invulling bij de eerste verenigingen die Milsbeek rijk was zoals de fanfare, voetbalvereniging en de toneelclub hing sterk af van hun persoonlijke interesses. Maar een geestelijk adviseur hadden alle verenigingen, zelfs de plaatselijke afdeling van de eierbond.

Na de oorlog, en zeker in de vijftiger jaren, nam de rol van de katholieke kerk in het Milsbeekse verenigingsleven een grote vlucht. Van allerlei landelijke katholieke organisaties werden plaatselijke afdelingen opgericht. Een van de eersten was het Milsbeek Thuisfront als afdeling van het landelijke Katholiek Thuisfront.  Het was het steunpunt voor de Milsbeekse jongens die al weer kort na de bevrijding van ons eigen land in het verre oosten moesten gaan vechten tegen de voor hun onafhankelijkheid strijdende Indonesiërs. Het waren er in totaal tien, negen dienstplichtigen en een “beroeps”. Zij  moesten hun gezinnen, verenigingen en dorp hiervoor verlaten. Juffrouw Murkens, die in 1939 als onderwijzeres als opvolgster van juffrouw Smeets aan school was benoemd, was in het plaatselijke bestuur de initiërende en drijvende kracht. Vooral zij smeedde een hechte band tussen het dorp en “de jongens in Indië”. Bij allerlei gelegenheden waar wat volk op de been was, werden collectes gehouden voor de pakketjes die richting de soldaten  werden gestuurd. In het patronaat werden opnamen voor een  radioprogramma gemaakt dat in Indonesië werd uitgezonden. Enkelen trokken zelfs naar het Zuid-Limburgse Beek om een grammofoonplaat op te nemen. In 1950 kwamen de laatste jongens weer behouden thuis en zat de taak voor het Milsbeeks thuisfront er op .

Er kwamen verder o.a. plaatselijke afdelingen van de RK Jonge Boeren, de  RK Bouwvakkersbond, de RK fabrieksarbeiders- steenfabriekarbeiders- transportarbeiders en pottendraaiersbond, de KAB (Katholieke Arbeidersbond), de KAV (Katholieke Arbeidersvrouwen), de KAJ (Katholieke Arbeidersjongeren), VKAJ (Vrouwelijke  Katholieke Arbeidersjongeren). Op heel veel terreinen werd hierdoor door het dorp en de parochie Milsbeek een woordje mee gesproken. De katholieke kerk zorgde er voor dat het gebeurde overeenkomstig haar waarde en normen.

 

Milsbeek groeit en bloeit

 

In 1948 werd Lambert Versterren benoemd als pastoor. Hij was Roermondenaar van geboorte en 45 jaar. Na zijn priesterwijding was hij achtereenvolgens kapelaan geweest in Welten, Spekholzerheide  en Maasbree. Op een prachtige najaarszondag werd hij weer op de gebruikelijke wijze onder de ereboog bij de “Drie Kronen” afgehaald. De jonge boeren haalden hun paarden van stal om zich op kop van de stoet te nestelen en ook de rest van het verenigingsleven was weer present. Kerkmeester Koenen verwelkomde de nieuwe pastoor en bood hem trouw, gehoorzaamheid en volgzaamheid aan. De nieuwe pastoor was een bijzondere verschijning en had zijn eigenaardigheden. Maar hij pakte de zaken energiek aan. Hij zette zijn tanden in de administratieve en financiële afronding van de wederopbouw. Als het nodig was klom  hij ‘s morgens na de H. Mis op zijn stalen ros richting Roermond en was hij weer voor het avondeten terug bij huishoudster Nellie. De totstandkoming van een regeling met de verenigingen tot gebruik van het patronaat, de oprichting van een kerkelijk armbestuur en de heropening van de parochiële bibliotheek  waren prima initiatieven in de eerste jaren. Hij was ook een goede techneut die overal verstand van had. Met aan zijn zijde parochianen die van hun parochie iets moois wilden maken, wierp dat zijn vruchten af. Pastorie en patronaat werden op de riolering aangesloten en het stoffige kerkhof kreeg een hoofdweggetje van asfalt .Vooral ook de inrichting van het kerkgebouw kreeg aandacht. Er werd in 1950 een klokkenfonds ingesteld. Eerst werden de door de Duitsers leeg geschoten koperen hulzen huis aan huis opgehaald, die waren immers mede afkomstig van de door hen in de oorlog gevorderde oude  luidklok. In 1951 kon de eerste klok bij “De Drie Kronen” met de fanfare en bruidjes worden afgehaald. Maar de Milsbekers waren duidelijk niet meer tevreden met één klok. Er werd gul gegeven en in 1952 konden ze de 2e klok al met een klokslag begroeten en in 1953 kon de 3e al geconsecreerd worden. Het waren niet alleen klokken die de kerk verfraaiden. Ook de verouderde verwarming werd geheel vernieuwd, er werd op de ongelijke betonnen vloer een tegelvloer geplaveid, de kerkbanken werden weer gecompleteerd en er kwamen 8 gesmede kroonluchters onder de gewelven te hangen. Bij zijn 25 jarig priesterjubileum in 1953 riep hij vervolgens een fonds in het leven  voor een nieuwe kruisweg. Op “zijn Milsbeeks” werd dat er een in keramische uitvoering met baksteentjes rondom. In 1954 kon deze al worden ingemetseld. Milsbeek groeide en bloeide en “Milsbeek Vooruit” zag het levenslicht. Huisman-stenen en Milsbeekse  “pötjes” vonden hun weg in heel Nederland. Zelfs “De Diepen” werd ontgonnen. Het inwoneraantal groeide en de 4-klassige lagere school werd in 1955 6-klassig en uitgebreid met een splinternieuwe kleuterschool. Het 25 jarig bestaan van de kerk kon in dat jaar dan ook feestelijk worden gevierd.

 

Problemen in de parochie

 

Pastoor Versterren had, zo was in Maasbree al gebleken,  zijn eigenaardigheden. Het was een boomlange kerel en had zich daar ook al een aantal bijnamen verworven, zoals de zwarte kapelaan, Don Camillo, de wilde Christus en de Hoge priester. De wilde Christus was ongetwijfeld een verwijzing naar zijn lange zwarte haren en zijn wat weinig verzorgde uiterlijk. Ook zijn toog zag er onverzorgd uit. Het plakkerige goedje daarop zat verraadde dat hij imker was. De naam hoge priester was ongetwijfeld een verwijzing naar de wijze waarop hij zich voortbewoog op het enorme hoge stalen ros. Fietsend legde hij enorme afstanden af. Na de H. Mis vertrok hij zo met de fiets naar Maasbree of Roermond en was hij dan weer op tijd bij Nellie terug voor het avondeten.

In zijn doen en laten was hij een natuurmens. Hij begon de dag met een koude douche en een ei met gebraden spek op roggebrood. Uiteraard werd verder de honing van zijn geliefde bijen veelvuldig gebruikt. Hij was biologisch tuinder, had een grote verzameling oude vuurwapens en was een verwoed  fotograaf. 

Over de geloofsleer had hij heel behoudende opvattingen. Hij zag de positie van een pastoor als boven de parochianen staand en onaantastbaar. Vrouwen zonder hoofddeksel en korte kousjes hoorden niet in de kerk thuis en werden door hem bij de communie ook steevast over geslagen. Te laat komen kon niet door de beugel. Als een begrafenisstoet niet op tijd bij het afhaalpunt was, maakte hij met misdienaars en koor rechtsomkeer en begon met de uitvaart zonder lijk. Bruidsparen die niet op tijd in de kerk verschenen maakten maar een gedeelte van hun huwelijksmis mee. Hij ging zijn eigen weg en stoorde zich niet aan de mening of reacties van zijn parochianen. Nog een grote aanwinst wist de pastoor in het laatste deel van zijn ambtsperiode te verwezenlijken. Dat was de aanschaf van een orgel. Er werd een orgelfonds ingesteld en o.a. op symbolische wijze pijpen verkocht. Het duurde langer dan in de beginperiode maar het orgel kwam er. Maar er kwamen steeds meer problemen. Ze kwamen er niet alleen met parochianen maar ook met verenigingen, de school, het koor en het kerkbestuur. Begin jaren zestig was er geen kerkmeester meer over. Er gingen verzoeken richting Roermond om in te grijpen. Uiteindelijk kwam op het verlossende bericht voor Milsbeek. Pastoor Versterren was in het rustige Neerritter benoemd. Zijn vertrek uit Milsbeek werd met  “Auf wiedersehn “ vanuit het patronaat muziekaal begeleid. Ook in Neeritter ging het niet goed. Hij klom van het begin af aan in de pen tegen de teloorgang in het geloof. De grote onvrede die er in hem leefde zal zeker hebben bij gedragen aan zijn vroege dood. Nadat hij begin 1969 met emiraat was gegaan vanwege een ernstige hartkwaal, stierf deze bijzondere pastoor op 5 april 1969.

Gérard van de Loo naar Milsbeek

De parochie Milsbeek bleef na het vertrek van Pastoor Versterren ontregeld en stuurloos achter. In feite hadden de eerste kerkmeesters vijfentwintig jaar lang op het pluche gezeten. Vanaf 1955 waren ze afgehaakt en vervangen. In 1962 trad het echter in zijn geheel af.  Er was ook geen organist meer en ook het koor had voor het overgrote deel het bijltje er bij neer gelegd.         

De zoektocht naar een nieuwe pastoor viel Bisschop Moors zwaar. Het viel niet mee om een gegadigde voor Milsbeek te vinden. Uiteindelijk had hij een kandidaat die graag wilde maar daar had hij zelf zijn twijfels over. Het was n.l. iemand afkomstig uit de moederparochie Ottersum, die daar nog samen met de Milsbekers naar school was gegaan. Dat zou toch eigenlijk niet kunnen. Hij raadpleegde Frans Huisman als vertrouweling uit het oude kerkbestuur. Als oud-buurjongen kende hij de kandidaat heel goed en hij gaf het advies “Laat die maar komen want die past hier precies”. Zo kreeg Milsbeek de 47-jarige Gérard van de Loo als nieuwe pastoor.

De nieuwe pastoor had het, totdat er nieuwe kerkmeesters waren benoemd, een half jaartje alleen voor het zeggen.  Frans Huisman, Leo Derks, Jan te Haaf, Harrie van Bergen, Martien Driessen en Jan Kerkhoff werden uiteindelijk die nieuwe kerkmeesters. Voor de nieuwe pastoor en de kerkmeesters was er werk genoeg. Op het koor moest er orde op zaken worden gesteld. Maar ook op school waren allerlei problemen en daar was het kerkbestuur in die tijd nog volledig verantwoordelijk voor. Milsbeek groeide snel en dat gaf zijn problemen ten aanzien van de huisvesting van de school en het patronaat. De democratisering vroeg op allerlei terreinen om aangepaste samenwerkingsvormen. De eerste de beste vergadering van het nieuwe kerkbestuur op 3 mei 1963 werden er allerlei besluiten genomen om op tal van punten orde op zaken te stellen.

Heel belangrijk voor het verenigingsleven in Milsbeek was dat de nieuwe pastoor een man was die tussen de parochianen in ging staan, het verenigingsleven stimuleerde waar hij maar kon en met raad en daad bij stond. Dat gold in het bijzonder voor de sportverenigingen want sport, en met name voetbal, had een speciaal plekje in zijn hart. In het bestuur van de voetbalvereniging ging zijn rol van geestelijk adviseur heel ver. Hij was elke bestuursvergadering aanwezig en had altijd het hoogste woord. Het hoogste  woord had hij ook langs de lijn. De grens- en scheidrechters moesten het vaak ontgelden en dat gold ook de trainer van de eigen club, want van spelers en opstellingen had hij heel wat meer verstand. De pastoor schopte het zelfs tot lid van de elftalcommissie en leider-coach van het 2e elftal. Hij stond verder o.a. aan de wieg van de oprichting van de gidsen, van SPES en de KBO. Kortom  Ottersummer Gérard van de Loo werd een echte Milsbeker die 20 jaar lang pastoor zou blijven

Roepingen en missie vanuit Milsbeek

 

Pastoor van de Loo nam, ter ondersteuning van de dorpelingen die in de missie werkzaam waren, na zijn aantreden al snel het initiatief voor de totstandkoming van een missiecomité. Al voordat Milsbeek een parochie werd, had Milsbeek overigens al enkele roepingen gehad die buiten Milsbeek het geloof gingen verkondigen. Siegbert Laemers, zoon van Jan Laemers van de “Drie Kronen” was voorzover bekend de eerste. Geboren in 1900, werd hij in 1924 tot priester gewijd. Fanfare Crescendo bracht hem indertijd de allereerste eerste serenade in haar jonge bestaan. Hij werd vervolgens kapelaan in Well, in 1934 rector in Lomm  en in 1943 pastoor in Arcen waar hij overleed in 1953. De andere was Jacobus Fleuren. Hij werd in 1911 in de Langstraat geboren. Zijn ouders trokken in de twintiger jaren naar de Peel en verkochten hun boerderij aan Wim Hoenselaar. In 1931 werd  Jacobus als pater Hornorius geprofest in het klooster van de Passionisten in Mook. Hij gaf geschiedenisles aan het klein seminarie in Haastrecht en het gymnasium in Mook. Later ontwikkelde hij zich tot historicus van de Paters Passionisten. Hij overleed in 1989. Maria Kerkhoff, dochter van Frans Kerkhoff de smid, trad in 1940 als zuster Inviolanta toe tot de Franciscanen in Asten. Zij vertrok in 1952 naar de missie in Borneo en gaf daar heel veel jaren naailes aan de Indonesiers. Anna Noij, dochter van melkboer “Frenske” Noij,  was in 1947 de volgende Milsbeekse die voor het kloosterleven koos. Ook zij deed dat met de bedoeling om naar de missie te gaan. Vanwege problemen met haar gezondheid werd dit doel nooit werkelijkheid. Zij diende vanuit het kloosterleven de gemeenschap als ziekenverzorgster. Als zuster Marie Francien maakt zij nog steeds deel uit van de kloostergemeenschap van de Kleine zusters in Heerlen. Dora Hoenselaar,  de eerste kleuterjuf van de bewaarschool,  trad  daarna in bij de Passionistinnen in Mook. Vanuit het klooster in Mook gaf zij als zuster Michaëla nog geruime tijd les aan de Mookse kleuters. Haar wens om naar de Missie te gaan ging wel in vervulling. In Brazilie kwam ze aanvankelijk ook weer in het kleuteronderwijs terecht. Later werkte ze er met gehandicapten. Sinds vorig jaar woont ze  bij de Paters van de Heilige Geest in Gennep waar zij binnenkort haar 50-jarig professiefeest hoopt te vieren. Latere datum kent Milsbeek nog enkele missiebroeders. Dat zijn Harrie Stoffelen en Joep ten Haaf. Van deze  twee is Harrie Stoffelen nog steeds in de missie werkzaam. Na een opleiding via de Missievakschool van de Monfortanen in Valkenburg vertrok hij in 1967 naar Malawi. Als no. 82 werd hij daar toen de jongste zendeling van de orde. Anno 2005 is Harrie met zijn 58 jaar er nog steeds de jongste maar nu als een van 4 die er nog actief zijn. Het Milsbeekse missiecomite functioneert anno 2005 nog steeds. Eén keer per jaar gaan de collectanten in Milsbeek nog van deur tot deur voor ontwikkelingswerk vanuit Milsbeek.

Een nieuw huis voor de gemeenschap

Onder Pastoor Hoefnagels was in 1932 het patronaat tot stand gekomen. Vele jaren vervulde het een uitstekende rol voor de Milsbeekse gemeenschap. Maar door de grote groei werd het eind vijftiger jaren te klein. In het tijdperk Versterren kreeg architect Coumans opdracht een schetsplan voor de uitbreiding te maken. Later in 1958 werden er plannen gesmeed om het bestaande patronaat om te vormen tot een gemeenschapshuis naar Mooks model. Via architect Van Bergen werden de Mookse statuten als voorbeeld ingebracht voor de oprichting van een  stichting. De waarde van het patronaat zou de  inbreng van de parochie zijn. Het werd daarvoor getaxeerd op f 14.215,--.  Het leidde allemaal tot niets.

Pastoor van de Loo blies de plannen na zijn komst weer nieuw leven in. Op initiatief van kerkmeester en stichtingsvoorzitter Frans Huisman werd er in 1963 daadwerkelijk naar de notaris gegaan voor de oprichting van een stichting. De kerk gaf f 6000,-- als startkapitaal en Huisman zelf deed er f 4000,-- bij. Voor f 3000,-- wordt de naast gelegen grond waar Toon Rutten (Karrong)  woonde gekocht. Om het benodigde startkapitaal bijeen te krijgen werd er op initiatief van pastoor van de Loo de aktie G-slag in Milsbeek gehouden. Het bracht f 12.000,-- op. Daarmee was het benodigde eigen kapitaal bij elkaar. Architect Lerou had inmiddels een bouwplan gemaakt en in 1966 kwam de toezegging voor de benodigde subsidie. De bouw werd aanbesteed bij Jos de Haan voor een bedrag van 163.300,-- . Oud-burgemeester Janssen, die zich zeer voor de komst van het gemeenschapshuis had ingespannen, kon de eerste steenlegging niet meer meemaken omdat hij inmiddels was overleden. Mevr. Janssen-Leenen mocht in zijn plaats de eerste steen leggen. De opening was op 20 april 1968. Voor de naam werd een prijsvraag uitgeschreven. Mevr. Janssen-Derksen (Lies van Wevers Gert) werd de winnares met de naam “Trefpunt 68”.  De stichting werd omgezet in een exploitatiestichting waarvan Sjef van Bercken de eerste voorzitter werd. Jan Janssen werd uit 5 kandidaten de beheerder. Zijn bijnaam luidde vanaf die tijd niet meer Jan den Klompenmaker maar Jan van het gemeenschapshuis. Het gemeenschapshuis trof in hem een voortreffelijke beheerder die zijn zaakjes goed op orde had en aan de basis stond van een aantal verbeteringen. In 1972 werd een rechtervleugel aan gebouwd en in 1976  een linkervleugel met er achter een jeugdhonk. In 1991 werden de pilasters in de zaal verwijderd en de gehele ingangspartij met toiletten gemoderniseerd. Waar vele gemeenschapshuizen financiële problemen hadden, werd het in Milsbeek een geweldig succes. Ook velen van buiten Milsbeek vierden er hun feestje. De gekozen commerciële formule betekende uiteindelijk het einde als gemeenschapshuis. In 2002 verkocht de Stichting het pand aan Clara van der Valk. Door het bestuur werden afspraken gemaakt voor het toekomstig gebruik door de Milsbeekse verenigingen. Zij kregen ook een aardige donatie. Clara heeft inmiddels het zalencomplex alweer uitgebreid en gemoderniseerd.

 

Loskoppeling kerk en school

Pastoor van de Loo zag zich in het begin van de zestiger jaren geconfronteerd met een losser wordende band tussen kerk en school. Zo lezen we in 1963 dat het personeel van de school zich niet meer geroepen voelt om het kerkbezoek van de schoolgaande kinderen te reguleren en in H. Missen daar bij te gaan zitten. Met de komst van een oudercomité is er inmiddels ook gedemocratiseerd. De verantwoordelijkheid van het kerkbestuur voor de gebouwen en personeel van de school bleef nog een tijdje in stand. Vooral het personeelsbeleid en alles wat daar mee te maken had baarde het kerkbestuur herhaaldelijk zorgen. Ook de onderhoudstoestand en beschikbare ruimte deden dat. Het oude in1931 gebouwde deel van de  school was begin zestiger jaren aan een grondige onderhoudsbeurt toe. En de sterke groei van het dorp had uiteraard ook voor de grootte van de school gevolgen. Architect van Bergen uit Mook werd in 1965 ingeschakeld om een uitbreidingsplan te maken maar de inspecteur van het onderwijs aanvankelijk dwars. In 1966, Milsbeek telt dan 400 gezinnen,  kan er aanbesteed worden. Het aantal leerkrachten wordt uitgebreid tot 7. Het is het laatste grote project dat nog door het kerk- en school bestuur wordt gerealiseerd. In juni 1968 wordt besloten tot oprichting van een stichting Scholengemeenschap Milsbeek met een eigen bestuur. Er wordt nog wel over het graf geregeerd. In de akte van overdracht wordt overeen gekomen dat er een nieuwe kleuterschool gerealiseerd moet worden. Die komt 3 jaar later gereed. De opening ging niet zoals in 1954 vooraf met een plechtig lof. Wel werd de school door Pastoor van Loo ingezegend. De kleuterschool kreeg ook een naam en wel “De vlaggehut”, een verwijzing naar de plaggenhut van de arme turfsteker “Net as ok” die  hier voor de bouw van een kerk en school woonde. Milsbeek bleef maar groeien en de school kampte elke keer opnieuw met ruimtetekort. In 1973, 1974 en 1980 kwamen er uitbreidingen met (nood)lokalen. Rond 1975 beleefde de school nog een woelige periode. Er kwam een initiatief tot stichting van lager onderwijs op algemene grondslag. Het ging er heftig aan toe. Milsbeek was even verdeeld in twee kampen, het ene was voor, het andere tegen. Maar uiteindelijk werd er toch gezamenlijk met één school verder gegaan. In die tijd werd de school uitgebreid met een eigen gymzaal, waardoor er geen gebruik meer behoefde te worden gemaakt van het gemeenschapshuis.  Op initiatief van het oudercomité werd in 1984 in eigen beheer op het terrein opzij en achter de school een prachtige speelplaats gemaakt. In 1995 smolten kleuterschool en lagere school samen tot de basisschool. Er werd ook  een nieuwe naam bedacht, n.l. “De Drie vijvers”, een cultuurwerk op de heuvelrug dat deel uitmaakte van het voormalige herenhuis “De St Jansberg”. Sinds 1995 heeft Milsbeek geen eigen schoolbestuur meer maar valt de school onder de Stichting Katholiek Onderwijs “Maas en Niers.”.

 

Een groot Milsbeker

 

Pastoor v.d. Loo werd de pastoor met de langste staat van dienst in Milsbeek. In 1982 ging hij na een verblijf van zo’n 20 jaar met emiraat  Hij vestigde zich buiten Milsbeek, eerst in Gennep en later in Roermond, maar bleef Milsbeker. Er kon en werd ook nog vele jaren een beroep op hem gedaan. Hij “scheurde” dan ook nog vaak naar Milsbeek en bleef heel erg mee leven met het wel en wee van de Milsbekers en het Milsbeekse verenigingsleven. In 1970 mocht hij in Milsbeek het 40 jarig bestaan van de parochie mee vieren en 10 jaar later het gouden jubileum. Ook persoonlijk vierde hij feestjes met de Milsberkers. In 1966 werd zijn zilveren priesterfeest gevierd. In 1981 was het 40 jaar geleden dat hij tot priester werd gewijd. 1975 werd er tussendoor een feestje gevierd omdat hij 12  ½ jaar pastoor was in Milsbeek. Maar ook na zijn vertrek uit Milsbeek bleef hij voor de feestjes terug komen in Milsbeek. In 1991 werd in zijn “eigen” gemeenschapshuis zijn 50 jarig priesterfeest gevierd. Hij beleefde zelfs nog het moment dat hij 60 jaar priester was. Pastoor van de Loo kreeg tijdens zijn pastoraat te maken met een verdubbeling van het aantal inwoners in Milsbeek. Maar ook met een veranderende kerk en maatschappij. In 1968 deed de parochieraad zijn intrede in Milsbeek. En, zoals we in de vorige aflevering al zagen,  veranderden ook verhouding tussen kerk en school. Hij toonde zich iemand die zich goed aan veranderende omstandigheden wist aan te passen. Meisjes mochten voortaan ook misdienaar worden. In 1975 werd Milsbeek ook de eerste parochie in Limburg met vrouwelijke kerkmeesters ( Mevr. Ten Horn en Mevr. Van Bergen). Een knap staaltje werk want niemand minder dan bisschop Gijsen moest hiervoor “om”. Het duo van de Loo/ Huisman kreeg het voor elkaar. In materieel opzicht vonden een aantal veranderingen aan de kerk plaats. Zo werd er in 1963 een geluidsinstallatie in de kerk aan gelegd en er kwam er een luidinstallatie. De klokken brachten hun boodschap voortaan over Milsbeek zonder dat er aan het touw getrokken behoefde te worden. Tijdens het gouden jubileum van de parochie werd er geld ingezameld voor het vervangen van de eerste serie glas-in-loodramen in de dwarsschip van de kerk. Het werd een eigentijdse uitvoering naar een ontwerp van de Gennepse kunstenaar Richard Smeets. Pastoor stelde vervolgens voor zijn 40 jarig priesterschap niet te vieren maar daarvoor in de plaats ook de tweede raampartij te vervangen. Het kerkgebouw werd ook iets groter. Door de buitendeur van de hoofdingang te verplaatsen en een tochtportaal te maken en door aan de overzijde van de sacristie een werkruimte te maken. Maar zijn grote verdiensten lagen toch op een ander vlak. Hij was de smeerolie van het Milsbeekse verenigingsleven en activeerde en stimuleerde dit waar hij maar kon. Het maakte hem tot een groot Milsbeker. In 2001 overleed hij in op 86-jarige leeftijd. Conform zijn wens werd hij op het Milsbeekse kerkhof begraven naast zijn helaas veel te vroeg overleden opvolger.

 

Pastoor Ben van Dijck

 

Gérard v.d. Loo zou zichzelf niet zijn geweest als hij niet persoonlijk zijn opvolging zou hebben geregeld. Hij wist wat Milsbeek nodig had en had zelf een gegadigde gezocht die er prima zou passen en graag naar Milsbeek wilde. Voordat hij zijn ontslagbrief indiende had hij dit dan ook in  “Roermond” geregeld. Het benoemingsbeleid was daar inmiddels gedemocratiseerd. Er werd een delegatie uit Milsbeek uitgenodigd om de opvolging te bespreken. De indruk was dat gevraagd zou worden of men akkoord kon gaan met het voorstel van Pastoor v.d. Loo. Maar zover bleek het democratisch proces nog niet te zijn. Er mocht alleen maar een profiel worden geschetst. De Milsbekers snapten het niet maar kweten zich zo goed mogelijk van hun taak. Het ontlokte aan de andere kant van de tafel de opmerking dat het er op leek dat de Milsbekers een maatschappelijk werker zochten in plaats van iemand die goed het geloof van God goed kon verkondigen. Maar alles kwam toch op zijn pootjes terecht zoals de gewiekste Gérard van de Loo het had bedacht  voor Milsbeek. Bergenaar Ben van Dijck werd de 5e pastoor van Milsbeek. En Gerard v.d. Loo had het goed gezien. De boerenzoon uit Bergen werd een pastoor die midden tussen de Milsbekers in stond en het in de Milsbeekse gemeenschap heel erg naar de zin had.Tegen de mensen die nog tegen een pastoor op keken zij hij steevast “ik ben ôk mar unne gewone Bergse jong”. Als pastoor wilde hij de weg op van een vernieuwende kerk. Daarbij trof het niet dat van bovenaf juist “de weg terug” werd in geslagen. Hij kreeg te maken met de ontkerkelijking en sprak er zijn dorpsgenoten op zijn manier op aan.  Zoals de boer die zich verdedigde met “ik moet dan altijd de koeien melken”. “Als jij naar de kerk gaat melk ik de koeien wel ” bood hij aan. Zo kon de boer naar de H.Mis en de boerenzoon weer eens koeien melken. Al snel werd op zijn voorstel het eerste exemplaar van een eigen parochieblad gedrukt om kerk en inwoners dichter bij elkaar te brengen. Maar het tij was niet te keren en het aantal diensten op de zondagen werd eerst van 3 naar 2 en vervolgens naar een terug gebracht. Ook kwam er een tekort aan priesters. Op voorstel van Pastoor van Dijck werd aansluiting gezocht bij de al in gang gezette samenwerking van de 3 M-parochies aan de noordkant. Later sloten ook Ottersum en Ven-Zelderheide zich daarbij aan. Zo werd het VOMMMM een feit. Tijdens zijn pastoraat deden ook de vrijwilligers meer en meer hun intrede in de kerk. De avondmis voor een overledene werd een door leken geleide avondwake. Het kerkgebouw zelf onderging niet veel verandering maar het onderhoud eiste steeds meer inspanning. Qua interieur werd de de kerktelefoon gerealiseerd werd de houten beeldengroep van uit een af te breken klooster naar Milsbeek gehaald. Op het kerkhof werd een urnenhoek gerealiseerd. Begin jaren negentig ging zijn verslechterende gezondheid een rol spelen in het leven van de altijd goedlachse en meest humoristische pastoor die Milsbeek ooit had. Veel te vroeg overleed hij op 57-jarige leeftijd.

 

Een pastoorloos tijdperk (slot)

 

Uit alle macht werd er na het overlijden van pastoor van Dijck geprobeerd om een nieuwe pastoor benoemd te krijgen. Er werd zelfs een keer een concreet voorstel richting Roermond gestuurd. Het mocht niet baten. Er kwam een pastoorloos tijdperk van bijna 13 jaar. Milsbeek werd een proeftuin voor de parochies die nog zouden volgen. Er werden noodmaatregelen getroffen. Aalmoezenier Linssen, die al sedert 1976 als het nodig was assisteerde in de parochie, werd bereid gevonden een groter deel van het pastorale werk te doen.  Ook de buurtpastores van de parochies waarmee pastoor van Dijck het samenwerkingsverband was gestart, boden hulp. Pastoor Scheffers uit Middelaar werd benoemd tot vicaris administrator en na zijn dood in 1996 werd hij opgevolgd door Pastoor Paquay uit Ottersum. Zij waren daarmee naar de bisschop toe bestuurlijk verantwoordelijk en leidden de vergaderingen van het kerkbestuur. Nelly Keukens werd op de pastorie het centrale aanspreekpunt voor de parochianen en verzorgt het secretariaat en het kosterschap. En dan waren er natuurlijk de vele vrijwilligers die een steeds groter aandeel kregen in het werk dat moest gebeuren. De liturgiegroep van leken, die al door pastoor van Dijck was ingesteld, sprong uitdrukkelijk in het gat dat was ontstaan. De woord- communievieringen, kerkdiensten zonder dat er een priester aan te pas kwam, werden ingevoerd. Er ontstond een solidariteitsgevoel en zeker in het begin verhoogde het de deelname aan de diensten. Naar de parochianen toe ontpopte “de aalmoezenier” zich als iemand die de Milsbekers het gevoel gaf dat ze toch een pastoor hadden. Hij was er als er behoefte was aan geestelijke hulp en verleende die, aangepast op de wijze waarop hij die invoelde, op voortreffelijke wijze. Verder werd er via het samenwerkingsverband met wisselend succes geëxperimenteerd met pastoraal werkers. Intussen bleef natuurlijk ook het kerkgebouw de aandacht vragen. Steeds meer deed dat het noodzakelijke onderhoud aan het ouder wordende kerkgebouw.  Maar er waren ook gedachten over wijzigingen van het interieur en een andere indeling in de kerk. Het werd een slepende discussie die vanaf 1995 de gemoederen bezig hield. In 1999 werden de kosten van het plan berekend f 410.000,--. Alleen al daarom kon het niet gerealiseerd worden. Uiteindelijk kwamen er in 2004 enkele ideeën tot uitvoering, t.w. een andere inrichting van het liturgisch centrum (priesterkoor) en de inrichting van een Mariakapel. Verder werd er in het VOMMMM de discussie gevoerd “hoe nu verder”. Er verscheen een rapport “Van zessen klaar”. De aanvankelijke fusie-gedachte  maakte uiteindelijk plaats voor een Unie-gedachte met onafhankelijk blijvende parochies. Het heeft er toe geleid dat de parochie Milsbeek met ingang van 1 januari j.l. met Rene Schols weer  (deel)pastoor heeft gekregen. Vijfenzeventig jaar na dato heeft het jubileumjaar, eens te meer geleerd de parochie en gemeenschap Milsbeek een dorp vormen waarin het fijn is om in te leven.