|
PAROCHIE-MISSIE-PAROCHIE-MISSIE
Maarten
Bloemarts
Tominian-Mali
25-8-1980
Nog
niet zo heel lang geleden betekende "Missie" zoveel als
uitgestuurd worden naar verre onbekende landen met meestal
onvoorstelbare levensomstandigheden en vreemde gebruiken. Men
hoorde over "Missie" spreken als over het oprichten van
de Kerk bij nauwelijks beschaafde volken…
Sinds
enkele jaren zijn die landen ontsloten, is er zelfs een heel
toeristenverkeer op gang gekomen voor wie het wat verder van huis
wil zoeken.
Maar
iemand die nu de krant regelmatig leest of de nieuwsuitzendingen
op de televisie volgt, wordt op de hoogte gehouden van de
allerlaatste ontwikkelingen waar ter wereld ook.
Wie
heeft er geen weet van de bloedige rassenrellen in
Soweto-Zuid-Afrika? De stakende metaalarbeiders die bescherming
kregen van Kardinaal Arntz in de kathedraal van Sao Paulo -Brazilië?
De moord op bisschop Romero in de strijd voor rechtvaardigheid in
El Salvador? De onafhankelijkheidsstrijd van Mugabe en N'Komo in
Zimbabwe-Rhodesië? De onderdrukking van de mijnwerkersvakbond in
Bolivia? De burgeroorlog in Tchad?...
En
dat zijn slechts enkele grepen uit de berichten van de afgelopen
maanden, te vinden tussen nieuws over een kraakaktie in Amsterdam,
het lot van de duizenden illegale immigranten in Nederland, een
reisverslag van Paus Johannes Paulus en werkeloosheidscijfers over
de afgelopen maand.
Is
de wereld dan zo klein en ingewikkeld geworden dat al deze feiten
kriskras onder onze aandacht moeten komen? Hebben wij daar echt
mee te maken? Hoort dit verhaal wel thuis in deze jubileumbrochure
over de parochie van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand
in Milsbeek in het topje van Noord-Limburg?
Het
antwoord is "ja", sinds de parochie in de 50 jaar van haar
bestaan al heel wat missionarissen heeft zien uittrekken naar
allerlei bestemmingen. Het is “ja" omdat er nu nog 5
missionarissen uit de parochie juist in dit soort landen werkzaam
zijn. Misschien hebben we slechts bij één aspekt van
"Missie" stil gestaan: Het uitzenden naar landen uit de
Derde Wereld. Uit onze overvloed weten te delen met minder
welgestelden. Vanuit de kracht van onze katholieke
geloofsovertuiging en steunend op de welvaart van onze samenleving
kon de missionaris en de ontwikkelingswerker in den vreemde het
Evangelie en onze cultuur gaan brengen.
Zoals
de titel wil aangeven is er ook een andere zijde aan de medaille,
als een boomerang of als de echo komt "Missie" ook weer
bij ons terug.
Al
onze inspanningen ten spijt moeten wij in het Westen nu toch wel
toegeven dat de kloof tussen Noord en Zuid, tussen arm en rijk niet
alleen gebleven maar zelfs groter geworden is. In plaats van groter
te worden behoren er een steeds minder groot aantal mensen tot de
Kerk. De Kerk heeft wel bisdommen opgericht, parochies gesticht,
sociaal werk verricht, maar de wereldbevolking blijkt nog sneller te
groeien. Ook stijgen de prijzen sneller dan de mogelijkheden die
landen kunnen helpen.
Bovendien
ervaren wij, als we maar even op de politieke ontwikkelingen letten,
of als missionaris naar de mensen in de Derde Wereld landen weten te
luisteren, dat de kloof tussen onze samenleving en de rest van de
wereld veel dieper zit.
In
plaats van koloniën zijn het nu zelfstandige landen met een
volwaardige stem in het wereldgebeuren. Volkeren, die een eigen
persoonlijkheid hebben met een eigen wereldvisie en met hun
rechtmatige eisen. De wereld elders mogen we dus niet langer als een
verlengstukje zien van onze eigen hof en huis, van onze Kerk,
ondergeschikt aan ons paternalisme.
Is
de balans van missie en ontwikkelingswerk dan helemaal negatief?
Gezien de ontmoediging van sommigen, gezien het "misbruik"
dat er gemaakt wordt van ontwikkelingsgelden... zou je het met
“ja" beantwoorden.
Toch
geloof ik dat onze negatieve gevoelens in de grond een belangrijk
feit aangeven. Is het wel de taak van de Kerk om groot en machtig te
worden? Is het een voorrecht van het Westen om heel de wereld aan
zich te onderwerpen? Nu wij als christenen weer ervaren hoe
kwetsbaar wij eigenlijk zijn, hoe gering in aantal (nauwelijks in
betere positie dan die paar leerlingen van Christus in het begin!)
ontdekken wij weer dat de zending van de Kerk nooit een einde zal
kennen.
De
Kerk is er om als gist in het deeg van de mensheid gemengd, te leven
als een teken van opspraak, een uitnodiging tot bekering zodat het
Rijk Gods kan groeien.
De
Kerk is veelal topzwaar geworden in haar macht en ontdekt nu dat zij
toch niet over de kracht beschikt om zich waar te maken. Juist als
wij luisteren naar de ervaring van veel kerken uit de Derde Wereld,
de wereld van de armen, dan zien we dat de Kerk daar weer op het
spoor gekomen is van de Blijde Boodschap voor de mens. Zo komt de
"Missie" weer bij ons terug met de vraag: Hoe maken jullie
de Evangelieboodschap zichtbaar? Wat zijn de tekenen van Gods
scheppende en heilbrengende kracht bij jullie?
Waar
het Westen God uit de samenleving heeft weggedrukt, of een scheiding
heeft gebracht tussen het leven en ons Godsgeloof, daar brengen die
zgn. vreemde kulturen en godsdiensten ons weer op het spoor van Gods
heilshandelen.
Is
dat niet juist de kern van elke missionaire opdracht: Gods werk
zichtbaar weten te maken, onze plannen voor een heilzame samenleving
weten af te stemmen op die van de Schepper?
Het
betreft niet alleen een opdracht aan de individuele mens, maar juist
de mensheid als geheel, in al zijn verscheidenheid, met alle
problemen van arm en rijk, van onderdrukking en bevrijding, van
handel en politiek, van techniek en natuur, van vrede en
rechtvaardigheid.
Nu
betreft "Missie" niet meer een plaats ver weg maar onze
eigen omgeving, onze houding tegenover onze buurman, ons omgaan met
de "consumptie"goederen, onze houding in
machtsstructuren en politiek. Misschien zien we dan dat apartheid
niet in Zuid-Afrika een probleem is, maar dat het juist om onze
buurman gaat. Bij de (il)legale vreemdelingen gaat het om het heil
van mensen, 500.000 in Nederland en dus gaat het over het Rijk Gods
voor de daklozen, arbeidslozen... Voor wie is de Blijde Boodschap
van het Evangelie bestemd?
Een
Zuid-Afrikaanse predikant merkte onlangs op, dat het Evangelie
misschien niet tegelijkertijd een blijde boodschap voor arm en rijk
kan zijn. De blijde boodschap voor de onderdrukte is de droeve
boodschap voor de onderdrukker. Niet tegen de rijken en de
onderdrukkers, maar wel tegen de rijkdom en de machtsuitoefening
komt het Evangelie op. Nadat wij eerst de nood bij de ander hebben
gezien, merken we nu dat dezelfde nood aan Evangelische bezinning
bij ons zelf bestaat. Niet de kracht van ons geloof maakt ons tot
gezondenen, maar juist de roepstem van de armen, de verdrukten en de
verziekte menselijke relaties wijzen ons de weg naar het komende
Rijk Gods. Luisterend naar die stem in eigen kring zal de Kerk echt
geloofwaardig worden. Wanneer recht en ruimte voor de minsten onder
ons de drijfveer van het christendom zijn, dan wordt Gods Liefde
weer zichtbaar en dan kan de Kerk weer gaan getuigen,
"Missie" bedrijven.
Juist
omdat de parochie 50 jaar bestaat, omdat wij dit feestelijk willen
vieren is het goed om niet bij de eerste ontnuchterende
gewaarwording te blijven staan. Moeten we niet bekennen dat in de
liefde en de zorg die wij als parochie aan elkaar besteed hebben
Gods kracht ons door alle wisselvalligheden van het leven
ondersteund heeft? Nu wij ons als christenen misschien klein voelen
in vergelijking met de levensgrote problemen in onze samenleving,
dan is het juist onze "Missie" als parochie naar die
kracht van God te blijven verwijzen. Van ons wordt verwacht dat wij
in zijn Geest de kracht putten om alle vrees en ontmoediging te
overwinnen. Wij vieren feest om de 50 jaar dat wij samen in Gods
Scheppende kracht hebben mogen leven en steunend op die overtuiging
samen een blijde boodschap voor onze medemensen kunnen blijven.

|